Mijn moeder heeft een joekel van een televisie op haar kamer in het zorghuis, maar weet niet hoe de afstandsbediening werkt. Die werd altijd door mijn vader gebruikt. Als mijn moeder een ander programma wilde bekijken, als ze het geluid zachter of harder wenste, of als het apparaat uit moest, dan deed mijn vader dat. Het kwam niet in hem op om haar dat te leren. Waarom ook.
Maar nu is pa dood en weet ma niet hoe ze de afstandsbediening moet gebruiken.
Gelukkig komt iemand van het personeel ’s avonds de televisie aanzetten. En als het programma is afgelopen en het nieuwe niet bevalt, staat mijn moeder op, rukt de stekker uit het stopcontact en gaat naar bed.
Ontheemd
Op het caféterras zit een buitenlands echtpaar bij een lokale mevrouw. Veertigers minstens, ouder wellicht, ongemakkelijk zeker.
De Nederlandse mevrouw spreekt hen toe, de man luistert aandachtig. Zijn vrouw staart met doffe, lege ogen in de verte.
“We vertrekken,” had hij gezegd, nadat Hassan was begraven. Als gezinshoofd was het aan hem om dit te beslissen. “Neem zoveel mee als je kunt dragen.”
Ze had een gevoel van paniek moeten onderdrukken. Hij had het gezien.
“We vertrekken,” zei hij, “voordat ik vergeet hoe mooi jij bent, zonder angst in je ogen.”
En nu zijn ze in dit vreemde, oorlogsvrije land, waar je moet kiezen tussen koud of warm water, en waar vrouwen het hoogste woord voeren.
Bizar.