In het eerste decennium van hun huwelijk zetten mijn ouders al vijf kinderen op de wereld. Ze waren de pil voor en mijn vader maakte kennelijk weinig haast om de kerk voor het zingen te verlaten.
Een week in het jaar gingen mijn ouders met vakantie naar Oostenrijk. Wij werden dan onderge-bracht bij familie. Ik kwam steevast terecht bij een kinderloze oom en tante met een zwart poe-deltje, in een flatje op de vierde verdieping.
Oom was een immer goedgeluimde bouwvakker, die ’s ochtends in een wolk van Tabac Original naar zijn werk vertrok. Tante was een stugge, vierkante vrouw, die nooit lachte. Pas bij haar uitvaart vernam ik dat ze twee kinderen in hun eerste levensjaar had verloren.
Oorlogsvriendje
“Ik was furieus toen ik het ontdekte. Pappa had de foto die ik hem gevraagd had te maken, ver-prutst. Ik stond er wel op, maar Gunther die achter mij stond slechts tot zijn kin. Zijn mooie uni-form met zijn onderscheidingen stond er wel op, en ook zijn grote, gebruinde handen op mijn schouders, maar niet zijn gezicht! Pappa verontschuldigde zich uitvoerig. Hij had nu eenmaal geen verstand van techniek zei hij. Maar we wisten beiden dat hij het met opzet had gedaan. De inkwartiering van de knappe, Duitse Wehrmacht-officier in februari 1941 had hij niet weten te verhinderen. Dat ik viel voor Gunther’s avances maakte hem boos en verdrietig. Maar ik was hopeloos verliefd op mijn Duitse soldaat.“
Terugblik
Mijn lief heeft eens de huizen van collega’s bekeken op internet. Het had hier en daar tot verras-sende onthullingen geleid.
Gisteravond wierp ik via Street View een blik op het huis waarin ik ben opgegroeid en waarin mijn ouders 56 jaar gewoond hebben. In augustus 2016 vertrokken ze naar een zorghuis. Mijn vader 92 jaar oud, mijn moeder 87. Nog geen half jaar later stierf mijn vader. Mijn moeder anderhalf jaar na de verhuizing.
De camera-auto van Google is in 2009 door hun straat gereden en heeft toen de tijd stilgezet. De glasgordijnen hangen er nog steeds, de orchideeën staan nog voor het raam. Pa is mogelijk bezig met een kruiswoordpuzzel. Ma waarschijnlijk met het lezen van De Limburger.
Jezus wie?
De therapeut heeft gevraagd een powersong te zoeken. En ofschoon niet gelovig, koos mijn lief voor Gethsamene, uit Jesus Christ Superstar.
De therapeute is empathisch, competent en akelig jong. Mijn lief legt uit dat Jesus Christ Super-star een legendarische Amerikaanse rockopera was over Jezus Christus, die in 1973 werd ver-filmd. De jonge vrouw luistert aandachtig. Het is allemaal nieuw voor haar.
Mijn lief vertelt dat Jezus in de nacht voor zijn kruisiging ging bidden in de tuin van Gethsemane, in Jeruzalem, omdat hij niet wilde sterven en zich afvroeg of zijn dood enig nut zou hebben.
De therapeute begrijpt de keuze en adviseert mijn lief het lied op haar smartphone te zetten, voor als ze het moeilijk heeft.
Ouderwetse televisiehelden
Ver weg in een van God verlaten land werken mannen stilzwijgend in het zweet huns aanschijns in een levensgevaarlijke kopermijn. Plots klinkt een explosie. Een mijngang stort in. Negen mijnwerkers zitten in de val. Het water stijgt zienderogen. De zuurstof raakt langzaam op. De kompels zijn ten einde raad. De situatie is uitzichtloos.
Maar HOOR! TROMGEROFFEL? TROMPETGESCHAL…? INTERNATIONAL RESCUE! Scott, John, Virgil, Gordon en Allen zijn onderweg. In hun Thunderbirds. Van hun eilandje in de Stille Oceaan. Gestuurd door vader Tracy en technisch ondersteund door de autistische nerd Brains.
Het wordt moeilijk. Het wordt zwaar. Het wordt haast onmogelijk. Maar falen is geen optie. In de laatste minuut van elke aflevering wordt iedereen kantje boord gered! Mooi toch!
Afgelopen uit (4)
Collega Gijs laat geen gelegenheid voorbijgaan om mij duidelijk te maken dat hij smoorverliefd is op zijn nieuwe lief. Strontziek word ik ervan.
Ze zijn gisteren met zijn tweetjes op vakantie gegaan. Naar Lanzarote. Texel was veel goedkoper geweest. Ik betwijfel of ze het appartement überhaupt wel uitkomen. Vanochtend bij het ontbijt heb ik een Whatsappje richting Roze Wolk gestuurd.
“Hee Casanova! Gisteravond toch niet Real-Ajax gemist, hoop ik. 1-4 is het geworden. Na 20 minuten stond het al 0-2! De wedstrijd van het jaar, man!”
Bij zijn antwoord valt Gijs heel even uit zijn rol.
“GODVERDEGODVERDEGODVER…”
Hij herpakt zich echter snel.
“Maar wat heb ik nu een moordwijf, kerel!”
Mag ik effe een teiltje, denk ik.
Van foute mensen
Mijn lief is gaan praten met haar huisarts. Over wat er aan scheelt en waarom. En dat ze dringend hulp behoeft. Het is een beschaafde, empatisch daadkrachtige man.
“Laten we maar spreken van een depressie,” zegt hij. “Werkgevers spreken niet graag van burn-outs.”
Een week later zit mijn lief bij de bedrijfsarts. Een kille man, niet behept met compassie, die enkel het belang van de werkgever in ogenschouw neemt. Over vier weken moet ze beginnen met re-in-tegratie. En vier weken daarna moet ze weer al haar uren werken.
“Rust roest,” zegt hij als ze tegensputtert.
“Ik kook van binnen,” zegt de huisarts als hij het hoort. “Ik had nog wel gezegd dat de bedrijfsarts u zou beschermen.”
Afgelopen uit (3)
Gijs lijkt vastbesloten, niet geplaagd door twijfels. Wel door schuldgevoel. Hij is zich bewust van de pijn die hij veroorzaakt. En dat hij een egoïstische klootzak is.
De weekends brengt hij elders door. Telkens als hij thuis komt vraagt ze “Hoe is het met je?”
De jongste zoon neemt hem het verdriet van zijn moeder kwalijk. De oudste zoon studeert ver weg en zegt dat zijn vader ‘eindelijk ballen toont’.
“Ze zullen zeggen dat je met een midlifecrisis kampt,” zeg ik. “Als zo’n ouwe lul op een Harley met een jong blondje achterop.”
Gijs schudt zwijgend het hoofd en kijkt beschaamd weg.
“Ze zal gauw iemand anders vinden,” overtuigt hij zichzelf.
In iedere man zit een lul.
Afgelopen uit (2)
“Jezus Christus, mijn vent wil me verlaten! Godallemachtig, wat krijgen we nou? Hij wil scheiden. Hij zegt dat hij er helemaal klaar mee is. Dat hij er geen heil meer in ziet. In ons. Godverdomme. 36 jaar naar de vaantjes. Ik dacht oud met hem te worden. Ik, domme, achterlijke koe! Er is geen ander, zegt hij. Hij was mij al lang kwijt, zegt hij.Ik heb zijn signalen niet opgepikt, zegt hij. Welke signalen? Was ik te dominant? Te dik? Was de seks niet goed? Niet genoeg? Wat heb ik in hemels-naam verkeerd gedaan? Ik mag in het huis blijven, zegt hij. Hij gaat het financieel eerlijk regelen. Hij wil geen ruzie. Godallemachtig. Ik word gek!”
Afgelopen uit
Mijn oude vriend Gijs gaat scheiden. In de kroeg overvallen door een spontane huilbui kan hij het niet langer voor zich houden. Hij gaat weg. Zijn huwelijk is ingedut. De passie verdampt. Het be-staansrecht vervlogen. Einde oefening.
Mijn lief zegt altijd dat geen man opstapt zonder dat hij een alternatief heeft. Gijs verklaart stellig dat dit niet het geval is. Al ziet hij zichzelf niet lang alleen blijven. Zijn vrouw begrijpt het niet. Ze zag het niet aankomen. Gijs zegt dat hij haar al kwijt was voordat zij hem verloor.
Ik weet niet goed wat ik ervan vinden moet. Doldriest, dwaas of dapper? Treurig is wel: ze houdt nog steeds van hem. Dat vindt hij zelf ook kloten.
Daten (2)
Natuurlijk ben ik erg benieuwd, maar ik beheers me en houd mijn mond. Hij weet dat en stuurt na enkele dagen ongevraagd het antwoord op de niet gestelde vraag. In de vorm van een screenshot van een WhatsApp-conversatie.
“Hey man, luister. Het was zeker gezellig vrijdagavond en we hebben veel dezelfde interesses, maar ik wil je geen valse hoop geven. Ik zou best nog een keer willen afspreken, als vrienden.”
Duidelijk en direct, zonder er doekjes om te winden.
De reactie van mijn zoon staat er ook bij, even beknopt als veelzeggend:
“RIP ”
Het zoveelste meisje bij wie hij niet verder komt dan de vriendenstatus. En dat zet geen zoden aan de dijk. Vandaar RIP. Graag of niet.
Daten
“En?” vraag ik. “Hoe is het gegaan?”
“De beste date ever,” zegt mijn zoon. We hebben er de afgelopen maanden vaak over gesproken. Hij heeft zijn leven aardig op de rails. Maar wat nog ontbreekt is een vrouw. Hij weet wat hij zoekt. Hij weet waaraan ze moet voldoen. Hij heeft al eerder relaties gehad. Een vrouw met een rugzak vol problemen, dat wil hij niet meer. Daarnaast moet ze intelligent zijn. En humor hebben. En van dezelfde muziek houden. En eerlijk zijn. En monogaam; vooral dat. En als hij met vrienden uit gaat, moet ze daar niet over zeuren. En kinderen…. Nog niet. De nacht is nog jong.
Die van gisteravond… zou het wel eens kunnen zijn.
Buitenspel
Winnen deden we haast nooit. En toch hadden we enkele jongens die niet onaardig speelden. Thijs was een ijzersterke keeper. Hij hield er nog veel tegen. Giel was laatste man; moeilijk te passeren. Roger was een begenadigd dribbelaar in de aanval. En ik was de schoffelaar op het middenveld, die de defensie regelmatig assistentie verleende. Mijn guilty pleasure was het uit-schakelen van zelfingenomen spitsen met een lief langs de lijn.
Maar ons sterkste wapen was de buitenspelval. De truc daarbij is om op het juiste moment, allen tegelijk, twee passen vooruit te zetten. Dat deden we zonder een woord te zeggen, zonder een blik te wisselen. Pure perfectie. We wonnen er geen wedstrijd mee, maar genieten was het wel.
Duitsers
Ik heb er geen seconde live van gezien. Van Duitsland tegen Zuid-Korea. Domweg omdat ik niet wist dat het Spiel der Spiele die dag gespeeld werd. Samen met mijn lief bracht ik het wijkblad rond. Na ons werk waren we aan de slag gegaan. Overal stonden tuindeuren open, want het was bloedheet. En plotseling klonk daar die collectieve bloedstollende kreet door de achtertuinen, toen een Zuid-Koreaan de eerste goal scoorde in de blessuretijd. Het begin van het einde. Op woensdag 27 juni 2018, de dag dat Duitsland in Rusland in de eerste ronde uit het wereldkam-pioenschap voetbal vloog. Thuis begreep ik het pas. Ik was verpoepzakt.
En ook dit keer, schreef iemand vilein op internet, halen ze Moskou niet.
Perspectief
Meester H. was de hoofdmeester. Na zijn dood werd hij geroemd om zijn onderwijskundige pres-taties. Ik herinner me nog dat hij je met de nagel van zijn duim en zijn wijsvinger in je oorlelletje kneep als hij zich aan je stoorde. En dat hij grapjes maakte over het stotteren van Theo B. Broer 3 denkt dat hij verbitterd was. Een zoon was doodgereden door een vrachtauto.
Ik ben eens met een klasgenoot op een zaterdagmiddag bij hem thuis geweest. Om zijn verza-meling archeologische vondsten te bekijken. Hij was onherkenbaar vriendelijk en ontspannen.
Mijn broer sprak vorig jaar zijn dochter. Ze omschreef hem als een heel lieve, zorgzame vader. Mijn broer vond het onvoorstelbaar, maar deed er het zwijgen toe.
Zielig
Mijn lief slaapt van nature al beroerd, maar nog beroerder sinds ze bij het douchen is uitgegleden en enkele ribben heeft gekneusd. Ze steunt en kreunt telkens als ze haar getormenteerde lijf beweegt. Ik mag haar heel voorzichtig vasthouden, maar vrijen kan ik voorlopig wel vergeten.
Slapen kan ik altijd en overal, daar kan ik niets aan doen. Mijn lief ligt daarentegen ongewild de halve nacht te lezen bij het schemerlicht van haar e-reader.
Het is vijf uur. Paris se reveille, terwijl mijn lief in het donker voorzichtig naar beneden is ge-kreund. Ze zal twee tabletjes paracetamol en een tabletje diclofenac hebben geslikt en nu naar De Luizenmoeder zitten kijken. Ik voel compassie en draai me nog eens om.
Einde oefening
Het eind van het schooljaar nadert. Er wordt beslist van welke docenten het contract verlengd gaat worden en van welke niet. Sinds enkele maanden notuleert mijn lief de besprekingen waar die besluiten genomen worden. Mijn lief weet dus van wie er afscheid genomen gaat worden. En waarom. En hoe terecht of dubieus de aangevoerde motieven zijn.
Ze weet ook wanneer de leidinggevende de docent in kwestie informeert. En dat de onfortuin-lijken een spreekverbod wordt opgelegd; ze zouden eens gaan klagen of emotioneel worden.
Het nieuws valt allen zwaar. Mijn lief ziet ze verslagen voorbij strompelen. Met holle of betraande ogen.
“Ach,” zegt de leidinggevende tegen mijn lief. “Aan sommigen heb je gewoon al vanaf dag 1 een pesthekel.”
Hugo
Johan Cruijff en Willem van Hanegem willen de finale winnen en de Duitsers vernederen. Die op-zet lijkt aanvankelijk aardig te slagen. Het wordt al gauw 1-0. Maar later – ik voetbal dan al op straat met de buurjongen – ook 1-1 en zelfs 1-2. Het voetbaltrauma van München 1974 is geboren.
In 2018, tijdens het WK in Rusland, verliest Duitsland de eerste wedstrijd van Mexico. Tegen Zwe-den zwijnt Kroos in de laatste minuut de winnende goal in de kruising.
Hugo Borst – sinds zijn dementerende moeder een Deugende Bekende Nederlander – zit in de televisiestudio. Met zijn teckel.
“Het aanvallend voetbal overwint,” zegt hij onaangedaan.
Ik ben ontzet. De vijand schaamteloos ontvijand. Godverdomme, Hugo. En Rudi Völler was zeker een misdeelde, kansarme jongere?!
Winnen
De Belgen spelen vanavond hun eerste wedstrijd op het WK in Rusland. Waar die van ons jam-merlijk ontbreken, omdat ze niet meer op kunnen tegen de grote jongens. Tegen Panama moeten ze, de Rode Duivels.
Ik leg mijn Belgische collega uit:“Als die van ons de eerste wedstrijd winnen, krijgen ze meteen kapsones. En gaat het verder doorgaans matig tot beroerd.”
“Bij ons is dat anders,” zegt mijn collega. “Die van ons moeten gelijk hun eerste match winnen, anders sluipt de mismoed erin en voelen zij zich terug tweederangs Hollanders. En die tijd hebben we gehad.”
Ik knik en doe er het zwijgen toe. Ze heeft gelijk, ik kan het niet ontkennen. Maar Panama uit is altijd lastig. MWOEHAHA!
Vakman
Als ik aanbel ligt broerlief nog in bed. Met zijn man. Ik wil een zomerbroek gaan kopen. Zowel voor naar het werk als vrije tijd. Broerlief kent de verkoper goed. Die is ook van de herenliefde. Een vrolijke, veertigende en goed geklede rasverkoper. Hij biedt klanten regelmatig een glaasje Prosecco aan. Vandaag krijgen we een hartelijke cappuccino. Het is haast alsof je iets koopt bij een vriend die oprecht blij is jou te zien en je sympathiek een gunst verleent door je iets te ver-kopen. Een tweede broek zelfs voor de helft van de prijs! Het korter maken door de Turk betaalt hij ook deels.
We hebben lol. Met zijn drietjes. Want de wereld wil vermaakt worden. En bedonderd.
Mispoes
Als misdienaar werd je ingezet bij een doop, een huwelijk, een begrafenis of een gewone reguliere mis. Mij lieten ze vooral opdraven bij uitvaarten. Kennelijk maakte ik een serieuze, misschien zelfs stemmige indruk. Dat vond ik jammer, want een begrafenismis schuifde zelden iets substantieels. Er was nooit iemand openlijk in zijn nopjes over het verscheiden van de overledene. Er werd nim-mer de beurs getrokken om de misdienaars van dienst te laten delen in de verscheidingsvreug-de.
Natuurlijk hing regelmatig de geile geur van een vette erfenis tussen de kerkbanken. Maar aan wie Groene Greet haar geld naliet, of welk deel van zijn fortuin Hitsige Harrie op de Wallen had achtergelaten, dat zou pas enkele dagen later blijken. Bij de notaris
Anarchie
U weet, om de contributie te drukken brengen de leden van het koor van mijn lief regelmatig reclamekrantjes rond. Daar ontstond deze week enige commotie over. Dat wil zeggen over de interpretatie van de nee-nee-sticker op lokale brievenbussen.
De krantjes zijn precies afgeteld voor het aantal huizen. Dus als je een nee-nee-brievenbus overslaat, hou je een krantje over.
So what? Who cares? Boeien! Totdat een goochemerd op het onzalige idee kwam om al die overige krantjes terug te brengen naar het afhaalpunt. Ter herverspreiding.
Dat bracht het bestuur van de wijkvereniging danig in verwarring. Er werd onverwijld een diepgaand onderzoek ingesteld. Daaruit bleek dat er onverlaten waren die bij nee-nee-stickers niets ingooiden. Hoe haal je het in je hoofd?!
Verlicht
“Hij is bijzonder,”zei de kattenfokster. Ze had absoluut gelijk. Het beest is permanent verwon-derd, volstrekt ambitie-vrij en hartstikke zen.
“Hij is doof,” meende de dierenarts, omdat hij weigerde te schrikken toen deze onverwacht in zijn handen klapte.
Haast is ook zo’n conventie die onze gelijkmoedige huisboedhist niet kent. Soms maakt hij aan-stalten om er de pas in te zetten, maar dan herinnert hij zich zijn genetische identiteit en sjokt hij weer zijn alledaagse tred. Zijn motoriek is sowieso beroerd.
Op andere momenten kun je hem erop betrappen dat hij vergeten is waarmee hij daarnet be-gonnen is. En als je hem aankijkt, ligt er niet zelden dat diep filosofisch, existentialistisch vraag-stuk in zijn kalme, onverstoorbare blik: Is er iets?
Macaroni
Vandaag zetten we de urn van ma bij in het graf van pa. Alle kinderen, inclusief aanhang, zijn om elf uur present op het kerkhof. Het is al behoorlijk warm en de beheerder en de steen- houwer kijken met onverholen verveling toe.
Broer 2 heeft de bijeenkomst georganiseerd. Hij heeft ons gevraagd tijdens de korte ceremonie een persoonlijke herinnering aan ma te delen. Een positieve, begrijp ik, dus ik vertel over haar fenomenale, onvergetelijke macaroni met gehakt. Licht aangebrand gehakt. Heerlijk.
Nadat de urn is bijgezet, wordt de deksel weer op het graf geschroefd en de grafsteen met nieuwe kit er definitief opgeplakt. Daarna gaan we lunchen. Op kosten van pa en ma. Gaat dus van de erfenis af.
Boerenleenbank
Op de Lagere School las ik nog veel. De bieb zat in het houten noodgebouwtje waarin de Boerenleenbank had gezeten. En later in een zaaltje naast het scoutinghoofdkwartier. Of andersom.
In de familie-app heb ik gevraagd waar de bieb nou het eerst is geweest. Mijn zus weet het niet meer. Schoonzus meent eerst in de Boerenleenbank. Broer 2 vraagt waarom ik dat wil weten.
“Omdat ik veel waarde hecht aan de juiste volgorde,” is mijn antwoord.
Broer 2 is van het achterdochtige type. Al weet ik niet of hij iedereen wantrouwt, of enkel mij. Ik moet hem dat bij gelegenheid eens vragen. Maar hij heeft wel een beetje gelijk. Ik zou mij ook niet vertrouwen als ik hem was.
Was
Het is mooi geweest. Zoonlief is nu vijfentwintig. Hij is het zat. Hij wil niet dat zijn moeder nog langer de was voor hem doet. Hij wil niet langer met vuile was zeulen. Hij heeft op internet een goedkope wasmachine besteld. Dinsdag wordt deze geleverd en aangesloten.
Een strijkijzer moet er ook komen. Die gaat zijn moeder met hem kopen. Bij de Mediamarkt. Een droogrek, voor op het balkon, hebben ze bij de Blokker wel. En anders online.
Vloeibaar wasmiddel, heeft zijn moeder geadviseerd. Eentje voor de witte was, eentje voor de zwarte en eentje voor de bonte. In een bolletje.
Of zijn moeder dinsdagavond langs wil komen, om hem op weg te helpen.
“Half zeven?” vraagt mijn lief.
Post-apocalyptisch
Als ik thuiskom van mijn werk, vind ik mijn lief in de bijkeuken. Ze zit op de grond, met haar rug tegen de wasmachine, haar voeten tegen de kattenbak en de telefoon tegen een oor gedrukt. Het is een moeilijk gesprek. Met haar broers lief. Ik sluit weer zachtjes de deur.
“Het is zwaar,” verklaart de vrouw die haar man heeft verloren. “Maar ik red het wel. Elke dag verzin ik iets om de deur uit te moeten. In de Albert Heijn betrapte ik er mezelf op dat ik eerst zijn boodschappen – een tros bananen en een pak drinkyoghurt – in mijn winkelkarretje wilde leggen.”
Mijn lief huilt en mist stilletjes mee. Twee vrouwen die rouwen om diezelfde onmisbare man.
Modepolitie
Mijn gewaardeerde collega T. – eveneens een eindvijftiger – draagt vanwege het warme weer een t-shirt dat ooit – lang geleden – groen van kleur is geweest. Nu is het… Nou ja, een onbestemde kleur. Niet langer groen.
Al dagenlang bijt ik op mijn tong om er niets van te zeggen. Want ik heb mijzelf verboden nog iets te zeggen van collega’s die voor lul lopen vanwege hun kleding. Zelf draag ik namelijk ook gere-geld saaie, suffe ouwelullekleren. Dus wie ben ik om te oordelen over anderen.
Vorig jaar kwam een andere collega opperbest gestemd mijn kantoor binnenlopen, gekleed in een nieuw colbertje. Geel geruit.
“Heel mooi,” zei ik op waarderende toon. “Net Bassie van Adriaan.”
Ik heb dat colbertje nooit meer teruggezien.
Theaterzaken
Ook dit jaar heeft mijn lief de presentatie van het programma van het nieuwe theaterseizoen bijgewoond. Ook dit jaar is zij de dag daarna spoorslags aan het werk gegaan om een selectie van pakweg twintig voorstellingen te maken. Deze mailt zij naar de meiden van het koor, die twee dagen de tijd krijgen om hun wensen kenbaar te maken. Zodra deze binnen zijn, gaat mijn lief bestellen. Online.
Alle dames krijgen vervolgens een mailtje met de aan hun bestelling verbonden kosten, met het vriendelijke, edoch dringende verzoek deze met gezwinde spoed over te maken. En als dan binnenkort alle kaartjes arriveren, gaat mijn lief discreet een gepaste tafelschikking maken voor elke voorstelling. Zodat iedereen telkens een leuke avond heeft.
Missie
Ik verzamel oude foto’s van onbekende mensen die er bijzonder uitzien of gewoon blij zijn, of gelukkig lijken. Die zijn verrekte moeilijk te vinden. Foto’s hadden vroeger zelden de functie blijheid en geluk vast te leggen. En er was ook minder reden voor vreugde.
Op een rommelmarkt stuitte ik eens op een grote zwart-witte foto van een groep bloedserieuze, stemmig geklede mannen. De verkoopster vroeg er vijf euro voor. Ik probeerde af te dingen, maar ze gaf geen krimp. Ik liep door. En had daar achteraf spijt van. Zeker, de mannen op de foto waren uitgesproken saai, maar die saaiheid had een doel. Dat doel stond vermeld op een bord te midden van die ernstige mannen: ‘Spaarclub Nooit Genoeg’.