Als joch van zes was ik gevallen. Op straat. Thuis veegde mijn moeder het bloed van mijn knie, plakte er een pleister op, en dat was dat. Maar het straatvuil deed de wond ontsteken en deze moest nog wekenlang verzorgd worden. Mijn moeder deed dat stilzwijgend, zonder enige waarneembare uiting van compassie.
Mijn lief heeft in korte tijd een zus en haar broer verloren. En ofschoon de band met de een anders was dan die met de ander, heeft ze verdriet. En behoeft ze troost. Maar ik ben als mijn moeder. Empathie zit bij ons niet in de genen. Dat maakt mij een beroerde trooster. Mijn lief is een gevoelsmens. Ik plak daarentegen een pleister, en klaar is Kees.