Crisis

De uitbaters van de dorpskroeg zijn er onlangs mee gestopt. Het jonge stel wilde ook wel weer eens vroeg naar bed. De kroeg is gesloten. De nieuwe eigenaar wil verbouwen. Niks mis mee, mits alle verenigingen – het zangkoor van mijn lief incluis – er maar weer gauw terecht kunnen.
De eigenaar van het buurpand denkt daar anders over. Hij heeft bezwaar aangetekend tegen de vergunning voor de nieuwe kroegbaas. Vanwege geluidsoverlast.
Het dorp is verpoepzakt. Want drooggelegd. Een wreed lot dat het niet verdiend. De gemeen-schap kijkt tandenknarsend toe. Donkere schimmen verzamelen zich na zonsondergang voor heimelijk spoedberaad. Limburgers protesteren niet gauw. Limburgers slaan niet gauw met de vuist op tafel. Limburgers kunnen heel veel verdragen. Maar er zijn grenzen.

Geuren

Zintuigen maken herinneringen. Mijn laatste dag op de Lagere School was in 1973. Ik zou er graag nog eens een kijkje nemen. Alleen al om nog eens het geluid te horen dat de vier meter hoge metalen voordeur maakte als hij in het metalen deurkozijn dichtgetrokken werd.
Vanochtend ruimde mijn lief een keukenlade leeg. Op een gegeven moment kwam ze naar mij toe met een smal, rond flesje van glas, met een diameter van twee centimeter en een hoogte van circa twaalf. Op het etiket stond met grote letters White Diamonds. En in een kleiner lettertype Elizabeth Taylor. Mijn lief schroefde het goudkleurige dopje van het flesje en hield het onder mijn neus.
“Ruik,” zei ze, blij bedroefd. “Mamma!”

Kees

Als joch van zes was ik gevallen. Op straat. Thuis veegde mijn moeder het bloed van mijn knie, plakte er een pleister op, en dat was dat. Maar het straatvuil deed de wond ontsteken en deze moest nog wekenlang verzorgd worden. Mijn moeder deed dat stilzwijgend, zonder enige waarneembare uiting van compassie.
Mijn lief heeft in korte tijd een zus en haar broer verloren. En ofschoon de band met de een anders was dan die met de ander, heeft ze verdriet. En behoeft ze troost. Maar ik ben als mijn moeder. Empathie zit bij ons niet in de genen. Dat maakt mij een beroerde trooster. Mijn lief is een gevoelsmens. Ik plak daarentegen een pleister, en klaar is Kees.

Geleende tijd (slot)

De broer van mijn lief is niet meer. De crematoriumzaal blijkt te klein voor een mens van zijn formaat. Oordeel nooit over een ander was zijn motto. Aan het eind van zijn leven kwam daar nog een tweede bij: Het is wat het is.
Zijn lief houdt zich kranig en zal later die dag verklaren dat ze zich waarschijnlijk nog niet ten volle realiseert hoe erg ze hem gaat missen. Enkele weken geleden, toen hij al niet meer kon lopen, hoorden ze op de radio ‘Take This Waltz‘ van Leonard Cohen. Zij koos toen dit lied voor deze dag.
Ik heb mijn zwager niet echt gekend. Mijn lief haar broer wel. Daarom is haar verdriet zo enorm.

Geleende tijd (8)

De broer van mijn lief – mijn schoonbroer – is dood. Op de vrijdag is hij naar het hospice gebracht, op de zaterdag hebben wij hem bezocht, en zondagochtend is hij gestorven. Zijn lief was bij hem.
Vandaag hebben we hem voor de laatste maal gezien. Hij lag opgebaard bij de DELA. Hij was het wel, maar ook niet.
Morgen is de uitvaart. Het verhaal van de foto uit 1967, waar hij met mijn lief – zijn zus – op staat, heb ik herschreven in de ik-vorm. Voor mijn lief. Om voor te lezen. Maar ze kan het niet. Ze wil niet ten overstaan van iedereen daar breken. Mijn lief huilt vrijwel uitsluitend naar binnen. Dat wil ze graag zo houden.

Geleende tijd (7)

We nemen afscheid van mijn liefs broer, in het hospice. Veel mensen willen afscheid nemen. Je moet een afspraak maken via zijn lief. Maar zijn zusjes krijgen voorrang.
Hij spreekt weinig. Luistert wel. En doezelt vaak weg. Grapjes vinden hun weg niet meer. Parijs-Roubaix evenmin.
“Tot gauw weer,” zegt zijn oudste zus hoopvol.
“Ik denk het niet,” antwoordt hij zacht.
Mijn lief is er kapot van, maar vermant zich. Als we later op de dag alleen zijn vraagt ze naar wat ik voel. Ik begrijp haar vraag en voel me schuldig over dat wat er niet is. Ik stel haar teleur. Sorry lie-ve schat, je hebt een beter mens van me gemaakt, maar het houdt niet over.

Queeste

Mijn lief en ik zijn negenendertig jaar bij elkaar. Dan ken je de ander onderhand wel. Zo weet ze, wat betreft huishoudelijke werkzaamheden ben ik volstrekt ongetalenteerd en aartslui. Het is dat ze van me houdt, anders had ze me al lang mijn congé gegeven.
Zoeken is ook zo’n nontalent, zo’n apert manco. Het is vijf uur, nog donker, als mijn lief mij vraagt hoofdpijntabletten te halen. Die liggen beneden, in de keuken, bij de kookplaat. Duidelijke op-dracht, duidelijk omschreven zoekobject, klein zoekgebied. Kan zelfs een zoekonhandige en zoekluie autist vinden.
Niet dus. Paniek! Klootzak! Zoek verder! Gewone paracetamol? Nee, kauwtabletten. Ah! Gevon-den! In de la ONDER de kookplaat. Gauw naar boven. Mijn lief dankbaar. Licht uit. Verder slapen! Poeh poeh.

Intimiderend

Ik heb een afspraak met een klusbedrijf dat mijn omvergeblazen schutting gaat vervangen. Aan het eind van de dag moet ‘ie staan. Ze zijn met zijn vieren en roken stevig. Bouwvakkers krijgen geen kanker.
Ik mag graag kijken naar goed uitgevoerde fysieke arbeid. Ondanks mijn rijk gevulde gereed-schapskist houd ik niemand voor de gek. Er wordt nauwkeurig gepast en gemeten. Vlug en geroutineerd. Ik zet een dienblad met koffie op de terrastafel en voel me een hobbit.
Aan het eind van de middag moeten er nog enkele kleine dingen afgewerkt worden. Daarvoor komen ze morgen terug, belooft de baas.
“Okee,” zeg ik zo stoer als mogelijk. “Dan maak ik daarna het restbedrag over.”
Je moet wat, met twee linkerhanden.

Toen

Op de kleurenfoto uit 1967 is mijn lief zeven jaar oud. Het is de dag dat ze de eerste heilige communie doet. Ze draagt een korte, witte jurk, witte handschoenen, witte sokken in witte schoenen, en een witte diadeem.
Ze zit op de armleuning van een fauteuil in de huiskamer naast de haard. Haar grote broer – hij is dan achttien – zit naast haar. Gekleed in zijn zondags kostuum met stropdas.
Normaal gesproken houdt ze er niet van in het middelpunt van belangstelling te staan. Een dag als deze zou dan ook een bezoeking voor haar moeten zijn. Maar dat is niet zo. Haar grote broer is bij haar. Hij heeft een arm om haar heen geslagen. Ze is veilig.

Geleende tijd (6)

De broer van mijn lief werd eergisteren per ambulance naar het ziekenhuis gebracht, in de hoop dat er nog iets te redden viel. Dat hij mogelijk nog wat meer tijd zou kunnen lenen. Allerminst in het besef, dat hij niet meer thuis zou komen.
Vanmiddag vertelde de oncoloog hem en zijn lief dat de kanker was uitgezaaid. Hij mag in het ziekenhuis blijven totdat er een plaats vrijkomt in een hospice. Zijn lief belde om het te vertellen. Het krediet van haar lief is uitgeput. Haar stem klonk wonderbaarlijk kalm en vast.
Mijn lief en zus 4 gaan morgen naar Utrecht. Ze willen hun broer zien en horen en vasthouden. Al is nog maar voor even.

Benijdenswaardig

Een moeder zoals die van mijn vriend had ik willen hebben. Op de HAVO kwam ik regelmatig bij hem thuis. Zijn vader heb ik nooit ontmoet, wel zijn twee broers en zijn moeder. Een eenvoudige, lieve en hartelijke vrouw. En een Duitse, die vloeiend Limburgs sprak.
Als er een vriend van een zoon langskwam, liet ze deze plaatsnemen aan de keukentafel en ging de bijbehorende zoon roepen. De jongens plaagden haar vaak met haar afkomst. En dat ze was opgevoed om soldaten te baren voor de Führer. Ze was te zacht en te lief om daar aanstoot aan te nemen.
Ze stierf op hoge leeftijd, in de schoot van haar familie in Duitsland, aan een hartaanval bij de kapper.

Geleende tijd (5)

Zondag is het Pasen. Zoals elk jaar organiseren mijn lief en ik dan een brunch voor het deel van haar familie dat welkom is. Ondanks zijn beroerde gezondheid heeft mijn lief vorige week toch haar broer en zijn lief uitgenodigd. Vanavond heeft ze hem gebeld.
Hij leeft van dag tot dag. Hij loopt moeilijk, slaapt slecht, kan niet meer lezen, kan niet meer televisie kijken, en heeft pijn. De volgende afspraak in het ziekenhuis is pas over enkele maanden, zegt hij. Gisteren is hij gevallen. Zijn lief en de buurman hebben hem toen overeind geholpen. Naar Limburg afreizen is een onhaalbare onderneming. Bezoek wil hij niet meer.
Na tien minuten beëindigt hij het gesprek. Hij is moe.

Horloge

Enkele jaren terug kocht ik op Ebay een oud horloge. Het werkte nog prima. Ik kocht het omdat ik van mooie oude dingen houd. En omdat het lijkt op het horloge dat mijn vader droeg toen ik een klein kind was.
Het heeft een goudkleurige kast met smalle rand, een roomwitte wijzerplaat, gouden wijzers, een datumaanduiding en een gouden knopje om de tijd of de datum te wijzigen. Ik draag hem elke dag.
Mijn vader heeft niet één voetbalwedstrijd van mij bijgewoond. Hij is niet één keer komen kijken. Terwijl hij wel graag naar voetbal op tv keek. Het was een ondoorgrondelijke man. Een kost-winner, een echtgenoot en een vreemde die het eten op je bord schepte. Geen vader.

Fout

In de kledingzaak laat mijn lief haar oog vallen op een blouse en een trui. Om te beoordelen of ze bij elkaar staan steekt ze de blouse onder de trui. De blouse kost vijftien euro, de trui vijfentwin-tig. Ik ga afrekenen.
Het kassameisje heeft zich bezeerd aan iets scherps. Ik zeg er iets troostends over. Ze stopt de kleren in de zak en zegt: “Dat is dan vijfentwintig euro.”
Ik betaal het gevraagde bedrag en voeg me bij mijn lief, die bij de uitgang staat. Samen lopen we door het stilzwijgende detectiepoortje. Buiten sis ik “Doorlopen! Doorlopen!” tegen mijn lief. Als ik haar vertel waarom, reageert ze verbouwereerd. Onderweg naar de parkeergarage blijft ze aan één stuk door grinniken.

Ma (4)

Kookte mijn moeder lekker? Ach, het kon er meestentijds wel mee door. Ik moest onlangs nog denken aan één van haar culinaire klassiekers: macaroni met gehakt. Een eenvoudig recept met naast macaroni de ingrediënten tomatenpuree, gebakken uitjes, soepgroenten en een royale hoeveelheid licht aangebrand gehakt. Heerlijk.
Ze is vandaag uitgevaren. In een lichtblauw gespoten kist. Lichtblauw als haar trouwjurk. Als op een foto van Elizabeth Taylor in een tijdschrift.
De realiteit had haar dagdromen snel ingehaald. De arbeiderszoon hielp haar weliswaar ontsnap-pen thuis, maar kon haar niet in weelde doen leven. Een chique, voorname dame was ze uitslui-tend ‘s zondags, als ze naar de kerk ging.
Maar die macaroni, die zou ik nog wel eens willen proeven. Mmmm.

Pech

Vandaag, de dag voor de uitvaart, was de avondwake van mijn moeder. Van kwart voor zeven tot kwart over zeven. Aansluitend zouden de kinderen gezamenlijk de kist sluiten.
Om vijf uur stond ik met een kapotte band langs de kant van de weg. Ik waagde het niet om mij met de thuisbrenger op de autosnelweg naar het uitvaartcentrum te begeven. Om half zes appte ik dat ik verstek moest laten gaan. Ik hoopte stiekem dat mijn zwager bereid zou zijn een omweg te maken om mij op te pikken.
“Vervelend, maar beter vandaag dan morgen,” schreef mijn lieve zus en liet het daar bij.
Ik moet ze dus maar op hun woord geloven dat ma er echt in ligt.

Ma (3)

Ik weet niet wat mijn moeder nou erger heeft gevonden. Dat ik seks had vóór ik trouwde, of dat een andere vrouw belangrijker voor mij was geworden dan zij. Ze heeft het mijn lief in elk geval nooit vergeven. En ik haar niet.
Ik had dus inderdaad nog een rekening met haar te vereffenen. Maar ik heb de gelegenheid onbenut voorbij laten gaan. Ze zou mijn verbolgenheid en verdriet toch niet begrepen hebben. Haar ‘ik’ was sterker dan haar ‘jij’ en haar ‘wij’.
Mijn grafrede berg ik onuitgesproken op. Wie ben ik om het beeld dat een ander van haar heeft te willen veranderen. Wil iemand haar een goede moeder vinden, moet hij vooral zijn gang gaan.

Bidprentje (8)

Op mijn moeders kamer hing een gipsen cherubijn. Een foto daarvan gaat de voorzijde van haar bidprentje sieren. Gruwelijk, maar zo is vandaag met een meerderheid van stemmen besloten. En mijn tekst voor het bidprentje heeft geen goedkeuring gekregen. Broer 3 vond deze kil en zakelijk, en meende kritiek te bespeuren. En ook anderen vielen over de gebezigde toon. Kennelijk viel er tussen de regels door nog te veel rancune te bespeuren.
Mijn lief zegt dat ik net zo koud en kil ben als mijn moeder. Mijn lief zegt dat een uitvaart niet bedoeld is om af te rekenen. Mijn lief zegt dat ik een autist ben als ik de kritiek van de andere kinderen niet begrijp.
Okee.

Ma (2)

Mijn moeder is overleden. Vanmiddag om tien voor zes. Broer 3 en zijn echtgenoot waren toen bij haar. Binnen een uur waren de andere kinderen er ook. In het kleine huiskamertje werd het al snel gezellig. Iedereen was blij en opgelucht dat het eindelijk voorbij was.
De DELA arriveerde twee uur later, in de persoon van een man en een vrouw. Alleen mijn zus, haar echtgenoot en ik waren er nog. Broer 2 vertrok schielijk. Hij wilde niet zien dat er gezeuld werd met zijn moeder.
De brancard paste niet door de deur. Daarop werd het vederlichte lijk kalm en respectvol naar de gang gedragen, op de brancard gelegd, ingepakt en afgevoerd. Ik stond erbij en keek ernaar.

Ma

Het is drie uur in de middag op een ijskoude woensdag eind februari. Ik wordt gebeld op het werk door mijn zus. De huisarts is bij ma geweest, vertelt ze. Hij heeft geadviseerd alle kinderen te laten komen. Uur U nadert.
Buiten broer 1 is iedereen aanwezig als ik arriveer. De vrouw van broer 1 is al geweest, maar inmiddels weer vertrokken. Ma ligt met geopende ogen in bed. Met haar uitgemergelde handen houdt ze krampachtig de deken tot onder haar neus. Ze knippert met haar oogleden, maar reageert niet op wat er tegen haar gezegd wordt.
De stemming is kalm en ontspannen. Mijn zus blijft slapen. Voor het geval ma voornemens is er vannacht stiekem tussenuit te knijpen.

Geleende tijd (4)

“Hij loopt steeds moeizamer,” meldt de echtgenote van mijn liefs broer. Twee dagen zijn verstre-ken sinds de uitvaart van zus 3. Ze heeft gisteravond de rollator uit de berging gehaald. En van-ochtend de neuroloog gebeld.
De vorige week gemaakte hersenscan was rustig. Toch heeft de arts besloten hem op te nemen. Hij ligt nu in het ziekenhuis. Dat geeft hem rust.
Hij had gehoopt dat zijn zussen bij de uitvaart de weg terug naar elkaar zouden vinden. Als de Nelson Mandela van het gezin had hij dat graag nog bewerkstelligd vóór zijn vertrek. Mijn lief vertrouwde hij bij de uitvaart toe dat hij wat extra medicatie had genomen.
Hij is haar beste vriend. Haar hart gaat breken.

Onmin (3)

Op weg naar de uitvaart van zus 3 wordt overlegd hoe zus 2 te bejegenen. Krijgt ze een knuffel, een koele hand of wordt ze genegeerd? Tot een besluit komt het niet.
Haar blik in het crematorium is die van een verongelijkte, verbitterde en rancuneuze vrouw. In haar rede tijdens de ceremonie benadrukt ze hoeveel zij en haar echtgenoot hebben gedaan voor zus 3. Als mijn lief haar na afloop haar deel van de familiefoto’s overhandigt, reageert ze met een sneer.
De zoon en de dochter van zus 3 zijn verblijd over de komst van iedereen. Ze reageren buitenge-woon hartelijk. Dat is de winst van deze dag. En verder blijft de verbanning van Cruella de Vil gewoon gehandhaafd.

Onmin (2)

De uitvaart van zus 3 is komende dinsdag. Mijn lief en de twee andere zussen twijfelen of ze zullen gaan, omdat ze met haar gebrouilleerd waren vanwege zaken die zus 3 had uitgevroten. En ook omdat ze verwachten er met de nek aangekeken te worden.
Dan ontvangen zij allen een roos met een kaartje. Van de zoon en dochter van zus 3. Zij vragen het verleden te laten rusten. Ze zeggen dat ze het fijn zouden vinden als ze er op de uitvaart bij zouden zijn.
Een ontroerend mooi gebaar. Maar zus 2, de andere foute zus, is nog springlevend. Zij zal er ook zijn. Evenals hun broer, die inmiddels drie tumoren heeft en al jaren begrip predikt.

Oude kiekjes

In 2011 overleed de vader van mijn lief. Haar moeder volgde in 2012. Zo’n vijfentwintig fotoalbums belandden destijds bij ons op de zolder. De foto’s zouden verdeeld worden. Daar is lange tijd niets van terecht gekomen. Het was immers een tijdrovende klus. En er zou geheid gedonder van komen.
Vandaag zijn de dozen van de zolder gehaald. Mijn lief en zus 4 zijn aan de slag gegaan. Op naam van elk kind is een stapel gemaakt. Uren achtereen zijn ze bezig. De stemming is ontspannen. Er wordt zelfs gelachen zo nu en dan. Met zoveel foto’s zou je als buitenstaander haast nog denken dat het een gelukkig gezin was. Vannacht zal mijn lief ongetwijfeld geen oog dicht doen.

Dolores

Bij behoefte aan gespierde taal worden tegenwoordig vaak krachttermen gebezigd als shit, fuck en zelfs erger. Ik vind dat jammer. Ik betreur de teloorgang van het aloude, vertrouwde ‘godver-domme’. Ik zou een pleidooi willen voeren voor de herinvoering en het in ere herstellen van deze eigentalige, moreel verantwoorde krachtterm.
Bij het lezen van de krant dacht ik vanochtend nog: Godverdomme, Dolores is dood!
In een hotelbed in Londen is de frontvrouw van de Ierse band The Cranberries afgelopen zondagnacht een onnatuurlijke dood gestorven.
In 2016 op Bospop heb ik haar van dichtbij gezien. Ze was weer kwistig geweest met haar kohl-potlood. Omdat mijn lief klein van stuk is, stonden we helemaal vooraan. En nu is ze dood.
Godverdomme, Dolores.

Bidprentje (7)

De tekst voor het bidprentje van mijn moeder is gereed. Hij is milder en barmhartiger van toon geworden dan ik van plan was. Alle kinderen weten wel hoe ik over haar denk. Ik wil niet de ploert zijn die haar nog een schop na geeft.
Voor de attente lezer heb ik tussen de regels door wel een disharmonisch gezin beschreven. Een gezin dat als los zand aan elkaar hing. Omdat mijn moeder niet echt een moeder wilde zijn, en mijn vader geen vader. Het waren rollen die hen door de samenleving, door het leven waren opgedrongen. Als de pil eerder op de Nederlandse markt was gekomen, hadden ze wellicht één of hooguit twee kinderen gehad. Voor de vorm. 

Onmin

Mijn lief heeft vier zussen. Met zus 2 en zus 3 is ze gebrouilleerd sinds de dood van haar moeder. Ook zus 1 en zus 4 hebben het contact met zus 2 en zus 3 verbroken.
Vanochtend heeft mijn lief van haar broer te horen gekregen dat zus 3 vannacht overleden is. Haar kinderen zijn er kapot van. Ze hebben hun oom toestemming gegeven de familie te informeren. Of iedereen welkom is op de uitvaart, is nog onduidelijk. Het is niet ondenkbaar dat de zussen die in onmin leefden met zus 3 tot persona non grata worden verklaard.
Niets is zo vanzelfsprekend, complex en zwanger van conflicten als de bloedband. Soms zou je haast willen dat je niemand had.

Geleende tijd (3)

De broer van mijn lief ziet nog nauwelijks met één oog, lopen gaat moeilijk en er is een nieuwe uitzaaiing aangetroffen in zijn ruggenwervel. Hij zal waarschijnlijk weer bestraling krijgen.
Een half jaar geleden zijn ze verhuisd. Van hun jaren-dertig-huis waar ze sinds hun huwelijk woonden naar een gloednieuw, met veel zorg en aandacht ingericht appartement. De hele familie hoopte in stilte dat hij dit nog zou meemaken. Daar is hij wonderwel in geslaagd.
Schoonzus bericht de familie en vrienden via de WhatsApp-groep die ze daarvoor heeft ingesteld. Ze is een lieve, intelligente en beschaafde vrouw. We willen niet ook haar verliezen, als hij er niet meer is. Daarvoor zit er te veel van hem in haar.

Verloren

Het is 2 uur ‘s middags op vrijdag 9 februari als ik ma bezoek. Het vriest. Ik heb blauwe hyacinten meegebracht. Drie in een pot. Ma ligt in bed. De ogen wijd open. Alleen haar ingevallen hoofd met het dunne, grijze haar en een broodmagere hand met een dunne pols met daaromheen de alarmknop steken boven de dekens uit.
Ze herkent mij direct, noemt mijn naam en is blij me te zien. Ze is helder en praat. Dan vraagt ze wie haar naar huis terug brengt. Ik leg uit dat dit haar huis is, sinds anderhalf jaar. Ze kijkt me onthutst en met ontzetting aan.
Als broer 2 arriveert, is de energie op en geeft ze nog nauwelijks antwoord.

Geschiedenis

Gisteravond met mijn lief op verjaarvisite geweest bij mijn nicht Lea. Ze is jarenlang getrouwd geweest met Joop, die in 2003 tragisch verongelukte. Hij werkte aan het spoor, maar hoorde de waarschuwing van de naderende trein te laat.
Al die tijd is Lea weduwe geweest. Ze hield zich kranig. Uit niets bleek dat ze eenzaam was.
Enkele maanden geleden kreeg ze kennis aan ene Sjoerd. Hij werkt op een verzekeringskantoor. Gisteravond zagen we hem voor het eerst. Hij maakte een intelligente en sympathieke indruk. Totdat iemand toevallig over de oorlog begon.
Die holocaust, zo meende Sjoerd, was best wel meegevallen. We moesten niet alles geloven wat daarover werd gezegd.
We waren om elf uur al weer thuis. Sjoerd ook.