Maand: november 2019

Logeren

In het eerste decennium van hun huwelijk zetten mijn ouders al vijf kinderen op de wereld. Ze waren de pil voor en mijn vader maakte kennelijk weinig haast om de kerk voor het zingen te verlaten.
Een week in het jaar gingen mijn ouders met vakantie naar Oostenrijk. Wij werden dan onderge-bracht bij familie. Ik kwam steevast terecht bij een kinderloze oom en tante met een zwart poe-deltje, in een flatje op de vierde verdieping.
Oom was een immer goedgeluimde bouwvakker, die ’s ochtends in een wolk van Tabac Original naar zijn werk vertrok. Tante was een stugge, vierkante vrouw, die nooit lachte. Pas bij haar uitvaart vernam ik dat ze twee kinderen in hun eerste levensjaar had verloren.

Oorlogsvriendje

Ik was furieus toen ik het ontdekte. Pappa had de foto die ik hem gevraagd had te maken, ver-prutst. Ik stond er wel op, maar Gunther die achter mij stond slechts tot zijn kin. Zijn mooie uni-form met zijn onderscheidingen stond er wel op, en ook zijn grote, gebruinde handen op mijn schouders, maar niet zijn gezicht! Pappa verontschuldigde zich uitvoerig. Hij had nu eenmaal geen verstand van techniek zei hij. Maar we wisten beiden dat hij het met opzet had gedaan. De inkwartiering van de knappe, Duitse Wehrmacht-officier in februari 1941 had hij niet weten te verhinderen. Dat ik viel voor Gunther’s avances maakte hem boos en verdrietig. Maar ik was hopeloos verliefd op mijn Duitse soldaat.

Terugblik

Mijn lief heeft eens de huizen van collega’s bekeken op internet. Het had hier en daar tot verras-sende onthullingen geleid.
Gisteravond wierp ik via Street View een blik op het huis waarin ik ben opgegroeid en waarin mijn ouders 56 jaar gewoond hebben. In augustus 2016 vertrokken ze naar een zorghuis. Mijn vader 92 jaar oud, mijn moeder 87. Nog geen half jaar later stierf mijn vader. Mijn moeder anderhalf jaar na de verhuizing.
De camera-auto van Google is in 2009 door hun straat gereden en heeft toen de tijd stilgezet. De glasgordijnen hangen er nog steeds, de orchideeën staan nog voor het raam. Pa is mogelijk bezig met een kruiswoordpuzzel. Ma waarschijnlijk met het lezen van De Limburger.

Jezus wie?

De therapeut heeft gevraagd een powersong te zoeken. En ofschoon niet gelovig, koos mijn lief voor Gethsamene, uit Jesus Christ Superstar.
De therapeute is empathisch, competent en akelig jong. Mijn lief legt uit dat Jesus Christ Super-star een legendarische Amerikaanse rockopera was over Jezus Christus, die in 1973 werd ver-filmd. De jonge vrouw luistert aandachtig. Het is allemaal nieuw voor haar.
Mijn lief vertelt dat Jezus in de nacht voor zijn kruisiging ging bidden in de tuin van Gethsemane, in Jeruzalem, omdat hij niet wilde sterven en zich afvroeg of zijn dood enig nut zou hebben.
De therapeute begrijpt de keuze en adviseert mijn lief het lied op haar smartphone te zetten, voor als ze het moeilijk heeft.

Ouderwetse televisiehelden

Ver weg in een van God verlaten land werken mannen stilzwijgend in het zweet huns aanschijns in een levensgevaarlijke kopermijn. Plots klinkt een explosie. Een mijngang stort in. Negen mijnwerkers zitten in de val. Het water stijgt zienderogen. De zuurstof raakt langzaam op. De kompels zijn ten einde raad. De situatie is uitzichtloos.
Maar HOOR! TROMGEROFFEL? TROMPETGESCHAL…? INTERNATIONAL RESCUE! Scott, John, Virgil, Gordon en Allen zijn onderweg. In hun Thunderbirds. Van hun eilandje in de Stille Oceaan. Gestuurd door vader Tracy en technisch ondersteund door de autistische nerd Brains.
Het wordt moeilijk. Het wordt zwaar. Het wordt haast onmogelijk. Maar falen is geen optie. In de laatste minuut van elke aflevering wordt iedereen kantje boord gered! Mooi toch!

Afgelopen uit (4)

Collega Gijs laat geen gelegenheid voorbijgaan om mij duidelijk te maken dat hij smoorverliefd is op zijn nieuwe lief. Strontziek word ik ervan.
Ze zijn gisteren met zijn tweetjes op vakantie gegaan. Naar Lanzarote. Texel was veel goedkoper geweest. Ik betwijfel of ze het appartement überhaupt wel uitkomen. Vanochtend bij het ontbijt heb ik een Whatsappje richting Roze Wolk gestuurd.
“Hee Casanova! Gisteravond toch niet Real-Ajax gemist, hoop ik. 1-4 is het geworden. Na 20 minuten stond het al 0-2! De wedstrijd van het jaar, man!”
Bij zijn antwoord valt Gijs heel even uit zijn rol.
“GODVERDEGODVERDEGODVER…”
Hij herpakt zich echter snel.
“Maar wat heb ik nu een moordwijf, kerel!”
Mag ik effe een teiltje, denk ik.

Van foute mensen

Mijn lief is gaan praten met haar huisarts. Over wat er aan scheelt en waarom. En dat ze dringend hulp behoeft. Het is een beschaafde, empatisch daadkrachtige man.
“Laten we maar spreken van een depressie,” zegt hij. “Werkgevers spreken niet graag van burn-outs.”
Een week later zit mijn lief bij de bedrijfsarts. Een kille man, niet behept met compassie, die enkel het belang van de werkgever in ogenschouw neemt. Over vier weken moet ze beginnen met re-in-tegratie. En vier weken daarna moet ze weer al haar uren werken.
“Rust roest,” zegt hij als ze tegensputtert.
“Ik kook van binnen,” zegt de huisarts als hij het hoort. “Ik had nog wel gezegd dat de bedrijfsarts u zou beschermen.”

Afgelopen uit (3)

Gijs lijkt vastbesloten, niet geplaagd door twijfels. Wel door schuldgevoel. Hij is zich bewust van de pijn die hij veroorzaakt. En dat hij een egoïstische klootzak is.
De weekends brengt hij elders door. Telkens als hij thuis komt vraagt ze “Hoe is het met je?”
De jongste zoon neemt hem het verdriet van zijn moeder kwalijk. De oudste zoon studeert ver weg en zegt dat zijn vader ‘eindelijk ballen toont’.
“Ze zullen zeggen dat je met een midlifecrisis kampt,” zeg ik. “Als zo’n ouwe lul op een Harley met een jong blondje achterop.”
Gijs schudt zwijgend het hoofd en kijkt beschaamd weg.
“Ze zal gauw iemand anders vinden,” overtuigt hij zichzelf.
In iedere man zit een lul.

Afgelopen uit (2)

Jezus Christus, mijn vent wil me verlaten! Godallemachtig, wat krijgen we nou? Hij wil scheiden. Hij zegt dat hij er helemaal klaar mee is. Dat hij er geen heil meer in ziet. In ons. Godverdomme. 36 jaar naar de vaantjes. Ik dacht oud met hem te worden. Ik, domme, achterlijke koe! Er is geen ander, zegt hij. Hij was mij al lang kwijt, zegt hij.Ik heb zijn signalen niet opgepikt, zegt hij. Welke signalen? Was ik te dominant? Te dik? Was de seks niet goed? Niet genoeg? Wat heb ik in hemels-naam verkeerd gedaan? Ik mag in het huis blijven, zegt hij. Hij gaat het financieel eerlijk regelen. Hij wil geen ruzie. Godallemachtig. Ik word gek!

Afgelopen uit

Mijn oude vriend Gijs gaat scheiden. In de kroeg overvallen door een spontane huilbui kan hij het niet langer voor zich houden. Hij gaat weg. Zijn huwelijk is ingedut. De passie verdampt. Het be-staansrecht vervlogen. Einde oefening.
Mijn lief zegt altijd dat geen man opstapt zonder dat hij een alternatief heeft. Gijs verklaart stellig dat dit niet het geval is. Al ziet hij zichzelf niet lang alleen blijven. Zijn vrouw begrijpt het niet. Ze zag het niet aankomen. Gijs zegt dat hij haar al kwijt was voordat zij hem verloor.
Ik weet niet goed wat ik ervan vinden moet. Doldriest, dwaas of dapper? Treurig is wel: ze houdt nog steeds van hem. Dat vindt hij zelf ook kloten.