Maand: oktober 2019

Daten (2)

Natuurlijk ben ik erg benieuwd, maar ik beheers me en houd mijn mond. Hij weet dat en stuurt na enkele dagen ongevraagd het antwoord op de niet gestelde vraag. In de vorm van een screenshot van een WhatsApp-conversatie.
“Hey man, luister. Het was zeker gezellig vrijdagavond en we hebben veel dezelfde interesses, maar ik wil je geen valse hoop geven. Ik zou best nog een keer willen afspreken, als vrienden.
Duidelijk en direct, zonder er doekjes om te winden.
De reactie van mijn zoon staat er ook bij, even beknopt als veelzeggend:
RIP
Het zoveelste meisje bij wie hij niet verder komt dan de vriendenstatus. En dat zet geen zoden aan de dijk. Vandaar RIP. Graag of niet.

Daten

“En?” vraag ik. “Hoe is het gegaan?”
“De beste date ever,” zegt mijn zoon. We hebben er de afgelopen maanden vaak over gesproken. Hij heeft zijn leven aardig op de rails. Maar wat nog ontbreekt is een vrouw. Hij weet wat hij zoekt. Hij weet waaraan ze moet voldoen. Hij heeft al eerder relaties gehad. Een vrouw met een rugzak vol problemen, dat wil hij niet meer. Daarnaast moet ze intelligent zijn. En humor hebben. En van dezelfde muziek houden. En eerlijk zijn. En monogaam; vooral dat. En als hij met vrienden uit gaat, moet ze daar niet over zeuren. En kinderen…. Nog niet. De nacht is nog jong.
Die van gisteravond… zou het wel eens kunnen zijn.

Buitenspel

Winnen deden we haast nooit. En toch hadden we enkele jongens die niet onaardig speelden. Thijs was een ijzersterke keeper. Hij hield er nog veel tegen. Giel was laatste man; moeilijk te passeren. Roger was een begenadigd dribbelaar in de aanval. En ik was de schoffelaar op het middenveld, die de defensie regelmatig assistentie verleende. Mijn guilty pleasure was het uit-schakelen van zelfingenomen spitsen met een lief langs de lijn.
Maar ons sterkste wapen was de buitenspelval. De truc daarbij is om op het juiste moment, allen tegelijk, twee passen vooruit te zetten. Dat deden we zonder een woord te zeggen, zonder een blik te wisselen. Pure perfectie. We wonnen er geen wedstrijd mee, maar genieten was het wel.

Duitsers

Ik heb er geen seconde live van gezien. Van Duitsland tegen Zuid-Korea. Domweg omdat ik niet wist dat het Spiel der Spiele die dag gespeeld werd. Samen met mijn lief bracht ik het wijkblad rond. Na ons werk waren we aan de slag gegaan. Overal stonden tuindeuren open, want het was bloedheet. En plotseling klonk daar die collectieve bloedstollende kreet door de achtertuinen, toen een Zuid-Koreaan de eerste goal scoorde in de blessuretijd. Het begin van het einde. Op woensdag 27 juni 2018, de dag dat Duitsland in Rusland in de eerste ronde uit het wereldkam-pioenschap voetbal vloog. Thuis begreep ik het pas. Ik was verpoepzakt.
En ook dit keer, schreef iemand vilein op internet, halen ze Moskou niet. 

Perspectief

Meester H. was de hoofdmeester. Na zijn dood werd hij geroemd om zijn onderwijskundige pres-taties. Ik herinner me nog dat hij je met de nagel van zijn duim en zijn wijsvinger in je oorlelletje kneep als hij zich aan je stoorde. En dat hij grapjes maakte over het stotteren van Theo B. Broer 3 denkt dat hij verbitterd was. Een zoon was doodgereden door een vrachtauto.
Ik ben eens met een klasgenoot op een zaterdagmiddag bij hem thuis geweest. Om zijn verza-meling archeologische vondsten te bekijken. Hij was onherkenbaar vriendelijk en ontspannen.
Mijn broer sprak vorig jaar zijn dochter. Ze omschreef hem als een heel lieve, zorgzame vader.  Mijn broer vond het onvoorstelbaar, maar deed er het zwijgen toe.

Zielig

Mijn lief slaapt van nature al beroerd, maar nog beroerder sinds ze bij het douchen is uitgegleden en enkele ribben heeft gekneusd. Ze steunt en kreunt telkens als ze haar getormenteerde lijf beweegt. Ik mag haar heel voorzichtig vasthouden, maar vrijen kan ik voorlopig wel vergeten.
Slapen kan ik altijd en overal, daar kan ik niets aan doen. Mijn lief ligt daarentegen ongewild de halve nacht te lezen bij het schemerlicht van haar e-reader.
Het is vijf uur. Paris se reveille, terwijl mijn lief in het donker voorzichtig naar beneden is ge-kreund. Ze zal twee tabletjes paracetamol en een tabletje diclofenac hebben geslikt en nu naar De Luizenmoeder zitten kijken. Ik voel compassie en draai me nog eens om.

Einde oefening

Het eind van het schooljaar nadert. Er wordt beslist van welke docenten het contract verlengd gaat worden en van welke niet. Sinds enkele maanden notuleert mijn lief de besprekingen waar die besluiten genomen worden. Mijn lief weet dus van wie er afscheid genomen gaat worden. En waarom. En hoe terecht of dubieus de aangevoerde motieven zijn.
Ze weet ook wanneer de leidinggevende de docent in kwestie informeert. En dat de onfortuin-lijken een spreekverbod wordt opgelegd; ze zouden eens gaan klagen of emotioneel worden.
Het nieuws valt allen zwaar. Mijn lief ziet ze verslagen voorbij strompelen. Met holle of betraande ogen.
“Ach,” zegt de leidinggevende tegen mijn lief. “Aan sommigen heb je gewoon al vanaf dag 1 een pesthekel.”

Hugo

Johan Cruijff en Willem van Hanegem willen de finale winnen en de Duitsers vernederen. Die op-zet lijkt aanvankelijk aardig te slagen. Het wordt al gauw 1-0. Maar later – ik voetbal dan al op straat met de buurjongen – ook 1-1 en zelfs 1-2. Het voetbaltrauma van München 1974 is geboren.
In 2018, tijdens het WK in Rusland, verliest Duitsland de eerste wedstrijd van Mexico. Tegen Zwe-den zwijnt Kroos in de laatste minuut de winnende goal in de kruising.
Hugo Borst – sinds zijn dementerende moeder een Deugende Bekende Nederlander – zit in de televisiestudio. Met zijn teckel.
“Het aanvallend voetbal overwint,” zegt hij onaangedaan.
Ik ben ontzet. De vijand schaamteloos ontvijand. Godverdomme, Hugo. En Rudi Völler was zeker een misdeelde, kansarme jongere?!

Winnen

De Belgen spelen vanavond hun eerste wedstrijd op het WK in Rusland. Waar die van ons jam-merlijk ontbreken, omdat ze niet meer op kunnen tegen de grote jongens. Tegen Panama moeten ze, de Rode Duivels.
Ik leg mijn Belgische collega uit:“Als die van ons de eerste wedstrijd winnen, krijgen ze meteen kapsones. En gaat het verder doorgaans matig tot beroerd.”
“Bij ons is dat anders,” zegt mijn collega. “Die van ons moeten gelijk hun eerste match winnen, anders sluipt de mismoed erin en voelen zij zich terug tweederangs Hollanders. En die tijd hebben we gehad.”
Ik knik en doe er het zwijgen toe. Ze heeft gelijk, ik kan het niet ontkennen. Maar Panama uit is altijd lastig. MWOEHAHA!

Vakman

Als ik aanbel ligt broerlief nog in bed. Met zijn man. Ik wil een zomerbroek gaan kopen. Zowel voor naar het werk als vrije tijd. Broerlief kent de verkoper goed. Die is ook van de herenliefde. Een vrolijke, veertigende en goed geklede rasverkoper. Hij biedt klanten regelmatig een glaasje Prosecco aan. Vandaag krijgen we een hartelijke cappuccino. Het is haast alsof je iets koopt bij een vriend die oprecht blij is jou te zien en je sympathiek een gunst verleent door je iets te ver-kopen. Een tweede broek zelfs voor de helft van de prijs! Het korter maken door de Turk betaalt hij ook deels.
We hebben lol. Met zijn drietjes. Want de wereld wil vermaakt worden. En bedonderd.

Mispoes

Als misdienaar werd je ingezet bij een doop, een huwelijk, een begrafenis of een gewone reguliere mis. Mij lieten ze vooral opdraven bij uitvaarten. Kennelijk maakte ik een serieuze, misschien zelfs stemmige indruk. Dat vond ik jammer, want een begrafenismis schuifde zelden iets substantieels. Er was nooit iemand openlijk in zijn nopjes over het verscheiden van de overledene. Er werd nim-mer de beurs getrokken om de misdienaars van dienst te laten delen in de verscheidingsvreug-de.
Natuurlijk hing regelmatig de geile geur van een vette erfenis tussen de kerkbanken. Maar aan wie Groene Greet haar geld naliet, of welk deel van zijn fortuin Hitsige Harrie op de Wallen had achtergelaten, dat zou pas enkele dagen later blijken. Bij de notaris

Anarchie

U weet, om de contributie te drukken brengen de leden van het koor van mijn lief regelmatig reclamekrantjes rond. Daar ontstond deze week enige commotie over. Dat wil zeggen over de interpretatie van de nee-nee-sticker op lokale brievenbussen.
De krantjes zijn precies afgeteld voor het aantal huizen. Dus als je een nee-nee-brievenbus overslaat, hou je een krantje over.
So what? Who cares? Boeien! Totdat een goochemerd op het onzalige idee kwam om al die overige krantjes terug te brengen naar het afhaalpunt. Ter herverspreiding.
Dat bracht het bestuur van de wijkvereniging danig in verwarring. Er werd onverwijld een diepgaand onderzoek ingesteld. Daaruit bleek dat er onverlaten waren die bij nee-nee-stickers niets ingooiden. Hoe haal je het in je hoofd?!

Verlicht

“Hij is bijzonder,”zei de kattenfokster. Ze had absoluut gelijk. Het beest is permanent verwon-derd, volstrekt ambitie-vrij en hartstikke zen.
“Hij is doof,” meende de dierenarts, omdat hij weigerde te schrikken toen deze onverwacht in zijn handen klapte.
Haast is ook zo’n conventie die onze gelijkmoedige huisboedhist niet kent. Soms maakt hij aan-stalten om er de pas in te zetten, maar dan herinnert hij zich zijn genetische identiteit en sjokt hij weer zijn alledaagse tred. Zijn motoriek is sowieso beroerd.
Op andere momenten kun je hem erop betrappen dat hij vergeten is waarmee hij daarnet be-gonnen is. En als je hem aankijkt, ligt er niet zelden dat diep filosofisch, existentialistisch vraag-stuk in zijn kalme, onverstoorbare blik: Is er iets?

Macaroni

Vandaag zetten we de urn van ma bij in het graf van pa. Alle kinderen, inclusief aanhang, zijn om elf uur present op het kerkhof. Het is al behoorlijk warm en de beheerder en de steen- houwer kijken met onverholen verveling toe.
Broer 2 heeft de bijeenkomst georganiseerd. Hij heeft ons gevraagd tijdens de korte ceremonie een persoonlijke herinnering aan ma te delen. Een positieve, begrijp ik, dus ik vertel over haar fenomenale, onvergetelijke macaroni met gehakt. Licht aangebrand gehakt. Heerlijk.
Nadat de urn is bijgezet, wordt de deksel weer op het graf geschroefd en de grafsteen met nieuwe kit er definitief opgeplakt. Daarna gaan we lunchen. Op kosten van pa en ma. Gaat dus van de erfenis af.

Boerenleenbank

Op de Lagere School las ik nog veel. De bieb zat in het houten noodgebouwtje waarin de Boerenleenbank had gezeten. En later in een zaaltje naast het scoutinghoofdkwartier. Of andersom.
In de familie-app heb ik gevraagd waar de bieb nou het eerst is geweest. Mijn zus weet het niet meer. Schoonzus meent eerst in de Boerenleenbank. Broer 2 vraagt waarom ik dat wil weten.
“Omdat ik veel waarde hecht aan de juiste volgorde,” is mijn antwoord.
Broer 2 is van het achterdochtige type. Al weet ik niet of hij iedereen wantrouwt, of enkel mij. Ik moet hem dat bij gelegenheid eens vragen. Maar hij heeft wel een beetje gelijk. Ik zou mij ook niet vertrouwen als ik hem was.

Was

Het is mooi geweest. Zoonlief is nu vijfentwintig. Hij is het zat. Hij wil niet dat zijn moeder nog langer de was voor hem doet. Hij wil niet langer met vuile was zeulen. Hij heeft op internet een goedkope wasmachine besteld. Dinsdag wordt deze geleverd en aangesloten.
Een strijkijzer moet er ook komen. Die gaat zijn moeder met hem kopen. Bij de Mediamarkt. Een droogrek, voor op het balkon, hebben ze bij de Blokker wel. En anders online.
Vloeibaar wasmiddel, heeft zijn moeder geadviseerd. Eentje voor de witte was, eentje voor de zwarte en eentje voor de bonte. In een bolletje.
Of zijn moeder dinsdagavond langs wil komen, om hem op weg te helpen.
“Half zeven?” vraagt mijn lief.

Post-apocalyptisch

Als ik thuiskom van mijn werk, vind ik mijn lief in de bijkeuken. Ze zit op de grond, met haar rug tegen de wasmachine, haar voeten tegen de kattenbak en de telefoon tegen een oor gedrukt. Het is een moeilijk gesprek. Met haar broers lief. Ik sluit weer zachtjes de deur.
“Het is zwaar,” verklaart de vrouw die haar man heeft verloren. “Maar ik red het wel. Elke dag verzin ik iets om de deur uit te moeten. In de Albert Heijn betrapte ik er mezelf op dat ik eerst zijn boodschappen – een tros bananen en een pak drinkyoghurt – in mijn winkelkarretje wilde leggen.”
Mijn lief huilt en mist stilletjes mee. Twee vrouwen die rouwen om diezelfde onmisbare man.

Modepolitie

Mijn gewaardeerde collega T. – eveneens een eindvijftiger – draagt vanwege het warme weer een t-shirt dat ooit – lang geleden – groen van kleur is geweest. Nu is het… Nou ja, een onbestemde kleur. Niet langer groen.
Al dagenlang bijt ik op mijn tong om er niets van te zeggen. Want ik heb mijzelf verboden nog iets te zeggen van collega’s die voor lul lopen vanwege hun kleding. Zelf draag ik namelijk ook gere-geld saaie, suffe ouwelullekleren. Dus wie ben ik om te oordelen over anderen.
Vorig jaar kwam een andere collega opperbest gestemd mijn kantoor binnenlopen, gekleed in een nieuw colbertje. Geel geruit.
“Heel mooi,” zei ik op waarderende toon. “Net Bassie van Adriaan.”
Ik heb dat colbertje nooit meer teruggezien.

Theaterzaken

Ook dit jaar heeft mijn lief de presentatie van het programma van het nieuwe theaterseizoen bijgewoond. Ook dit jaar is zij de dag daarna spoorslags aan het werk gegaan om een selectie van pakweg twintig voorstellingen te maken. Deze mailt zij naar de meiden van het koor, die twee dagen de tijd krijgen om hun wensen kenbaar te maken. Zodra deze binnen zijn, gaat mijn lief bestellen. Online.
Alle dames krijgen vervolgens een mailtje met de aan hun bestelling verbonden kosten, met het vriendelijke, edoch dringende verzoek deze met gezwinde spoed over te maken. En als dan binnenkort alle kaartjes arriveren, gaat mijn lief discreet een gepaste tafelschikking maken voor elke voorstelling. Zodat iedereen telkens een leuke avond heeft.

Missie

Ik verzamel oude foto’s van onbekende mensen die er bijzonder uitzien of gewoon blij zijn, of gelukkig lijken. Die zijn verrekte moeilijk te vinden. Foto’s hadden vroeger zelden de functie blijheid en geluk vast te leggen. En er was ook minder reden voor vreugde.
Op een rommelmarkt stuitte ik eens op een grote zwart-witte foto van een groep bloedserieuze, stemmig geklede mannen. De verkoopster vroeg er vijf euro voor. Ik probeerde af te dingen, maar ze gaf geen krimp. Ik liep door. En had daar achteraf spijt van. Zeker, de mannen op de foto waren uitgesproken saai, maar die saaiheid had een doel. Dat doel stond vermeld op een bord te midden van die ernstige mannen: ‘Spaarclub Nooit Genoeg’.

Crisis

De uitbaters van de dorpskroeg zijn er onlangs mee gestopt. Het jonge stel wilde ook wel weer eens vroeg naar bed. De kroeg is gesloten. De nieuwe eigenaar wil verbouwen. Niks mis mee, mits alle verenigingen – het zangkoor van mijn lief incluis – er maar weer gauw terecht kunnen.
De eigenaar van het buurpand denkt daar anders over. Hij heeft bezwaar aangetekend tegen de vergunning voor de nieuwe kroegbaas. Vanwege geluidsoverlast.
Het dorp is verpoepzakt. Want drooggelegd. Een wreed lot dat het niet verdiend. De gemeen-schap kijkt tandenknarsend toe. Donkere schimmen verzamelen zich na zonsondergang voor heimelijk spoedberaad. Limburgers protesteren niet gauw. Limburgers slaan niet gauw met de vuist op tafel. Limburgers kunnen heel veel verdragen. Maar er zijn grenzen.

Geuren

Zintuigen maken herinneringen. Mijn laatste dag op de Lagere School was in 1973. Ik zou er graag nog eens een kijkje nemen. Alleen al om nog eens het geluid te horen dat de vier meter hoge metalen voordeur maakte als hij in het metalen deurkozijn dichtgetrokken werd.
Vanochtend ruimde mijn lief een keukenlade leeg. Op een gegeven moment kwam ze naar mij toe met een smal, rond flesje van glas, met een diameter van twee centimeter en een hoogte van circa twaalf. Op het etiket stond met grote letters White Diamonds. En in een kleiner lettertype Elizabeth Taylor. Mijn lief schroefde het goudkleurige dopje van het flesje en hield het onder mijn neus.
“Ruik,” zei ze, blij bedroefd. “Mamma!”

Kees

Als joch van zes was ik gevallen. Op straat. Thuis veegde mijn moeder het bloed van mijn knie, plakte er een pleister op, en dat was dat. Maar het straatvuil deed de wond ontsteken en deze moest nog wekenlang verzorgd worden. Mijn moeder deed dat stilzwijgend, zonder enige waarneembare uiting van compassie.
Mijn lief heeft in korte tijd een zus en haar broer verloren. En ofschoon de band met de een anders was dan die met de ander, heeft ze verdriet. En behoeft ze troost. Maar ik ben als mijn moeder. Empathie zit bij ons niet in de genen. Dat maakt mij een beroerde trooster. Mijn lief is een gevoelsmens. Ik plak daarentegen een pleister, en klaar is Kees.

Geleende tijd (slot)

De broer van mijn lief is niet meer. De crematoriumzaal blijkt te klein voor een mens van zijn formaat. Oordeel nooit over een ander was zijn motto. Aan het eind van zijn leven kwam daar nog een tweede bij: Het is wat het is.
Zijn lief houdt zich kranig en zal later die dag verklaren dat ze zich waarschijnlijk nog niet ten volle realiseert hoe erg ze hem gaat missen. Enkele weken geleden, toen hij al niet meer kon lopen, hoorden ze op de radio ‘Take This Waltz‘ van Leonard Cohen. Zij koos toen dit lied voor deze dag.
Ik heb mijn zwager niet echt gekend. Mijn lief haar broer wel. Daarom is haar verdriet zo enorm.

Geleende tijd (8)

De broer van mijn lief – mijn schoonbroer – is dood. Op de vrijdag is hij naar het hospice gebracht, op de zaterdag hebben wij hem bezocht, en zondagochtend is hij gestorven. Zijn lief was bij hem.
Vandaag hebben we hem voor de laatste maal gezien. Hij lag opgebaard bij de DELA. Hij was het wel, maar ook niet.
Morgen is de uitvaart. Het verhaal van de foto uit 1967, waar hij met mijn lief – zijn zus – op staat, heb ik herschreven in de ik-vorm. Voor mijn lief. Om voor te lezen. Maar ze kan het niet. Ze wil niet ten overstaan van iedereen daar breken. Mijn lief huilt vrijwel uitsluitend naar binnen. Dat wil ze graag zo houden.

Geleende tijd (7)

We nemen afscheid van mijn liefs broer, in het hospice. Veel mensen willen afscheid nemen. Je moet een afspraak maken via zijn lief. Maar zijn zusjes krijgen voorrang.
Hij spreekt weinig. Luistert wel. En doezelt vaak weg. Grapjes vinden hun weg niet meer. Parijs-Roubaix evenmin.
“Tot gauw weer,” zegt zijn oudste zus hoopvol.
“Ik denk het niet,” antwoordt hij zacht.
Mijn lief is er kapot van, maar vermant zich. Als we later op de dag alleen zijn vraagt ze naar wat ik voel. Ik begrijp haar vraag en voel me schuldig over dat wat er niet is. Ik stel haar teleur. Sorry lie-ve schat, je hebt een beter mens van me gemaakt, maar het houdt niet over.

Queeste

Mijn lief en ik zijn negenendertig jaar bij elkaar. Dan ken je de ander onderhand wel. Zo weet ze, wat betreft huishoudelijke werkzaamheden ben ik volstrekt ongetalenteerd en aartslui. Het is dat ze van me houdt, anders had ze me al lang mijn congé gegeven.
Zoeken is ook zo’n nontalent, zo’n apert manco. Het is vijf uur, nog donker, als mijn lief mij vraagt hoofdpijntabletten te halen. Die liggen beneden, in de keuken, bij de kookplaat. Duidelijke op-dracht, duidelijk omschreven zoekobject, klein zoekgebied. Kan zelfs een zoekonhandige en zoekluie autist vinden.
Niet dus. Paniek! Klootzak! Zoek verder! Gewone paracetamol? Nee, kauwtabletten. Ah! Gevon-den! In de la ONDER de kookplaat. Gauw naar boven. Mijn lief dankbaar. Licht uit. Verder slapen! Poeh poeh.

Intimiderend

Ik heb een afspraak met een klusbedrijf dat mijn omvergeblazen schutting gaat vervangen. Aan het eind van de dag moet ‘ie staan. Ze zijn met zijn vieren en roken stevig. Bouwvakkers krijgen geen kanker.
Ik mag graag kijken naar goed uitgevoerde fysieke arbeid. Ondanks mijn rijk gevulde gereed-schapskist houd ik niemand voor de gek. Er wordt nauwkeurig gepast en gemeten. Vlug en geroutineerd. Ik zet een dienblad met koffie op de terrastafel en voel me een hobbit.
Aan het eind van de middag moeten er nog enkele kleine dingen afgewerkt worden. Daarvoor komen ze morgen terug, belooft de baas.
“Okee,” zeg ik zo stoer als mogelijk. “Dan maak ik daarna het restbedrag over.”
Je moet wat, met twee linkerhanden.

Toen

Op de kleurenfoto uit 1967 is mijn lief zeven jaar oud. Het is de dag dat ze de eerste heilige communie doet. Ze draagt een korte, witte jurk, witte handschoenen, witte sokken in witte schoenen, en een witte diadeem.
Ze zit op de armleuning van een fauteuil in de huiskamer naast de haard. Haar grote broer – hij is dan achttien – zit naast haar. Gekleed in zijn zondags kostuum met stropdas.
Normaal gesproken houdt ze er niet van in het middelpunt van belangstelling te staan. Een dag als deze zou dan ook een bezoeking voor haar moeten zijn. Maar dat is niet zo. Haar grote broer is bij haar. Hij heeft een arm om haar heen geslagen. Ze is veilig.

Geleende tijd (6)

De broer van mijn lief werd eergisteren per ambulance naar het ziekenhuis gebracht, in de hoop dat er nog iets te redden viel. Dat hij mogelijk nog wat meer tijd zou kunnen lenen. Allerminst in het besef, dat hij niet meer thuis zou komen.
Vanmiddag vertelde de oncoloog hem en zijn lief dat de kanker was uitgezaaid. Hij mag in het ziekenhuis blijven totdat er een plaats vrijkomt in een hospice. Zijn lief belde om het te vertellen. Het krediet van haar lief is uitgeput. Haar stem klonk wonderbaarlijk kalm en vast.
Mijn lief en zus 4 gaan morgen naar Utrecht. Ze willen hun broer zien en horen en vasthouden. Al is nog maar voor even.