Enkele jaren terug kocht ik op Ebay een oud horloge. Het werkte nog prima. Ik kocht het omdat ik van mooie oude dingen houd. En omdat het lijkt op het horloge dat mijn vader droeg toen ik een klein kind was.
Het heeft een goudkleurige kast met smalle rand, een roomwitte wijzerplaat, gouden wijzers, een datumaanduiding en een gouden knopje om de tijd of de datum te wijzigen. Ik draag hem elke dag.
Mijn vader heeft niet één voetbalwedstrijd van mij bijgewoond. Hij is niet één keer komen kijken. Terwijl hij wel graag naar voetbal op tv keek. Het was een ondoorgrondelijke man. Een kost-winner, een echtgenoot en een vreemde die het eten op je bord schepte. Geen vader.
Maand: september 2019
Fout
In de kledingzaak laat mijn lief haar oog vallen op een blouse en een trui. Om te beoordelen of ze bij elkaar staan steekt ze de blouse onder de trui. De blouse kost vijftien euro, de trui vijfentwin-tig. Ik ga afrekenen.
Het kassameisje heeft zich bezeerd aan iets scherps. Ik zeg er iets troostends over. Ze stopt de kleren in de zak en zegt: “Dat is dan vijfentwintig euro.”
Ik betaal het gevraagde bedrag en voeg me bij mijn lief, die bij de uitgang staat. Samen lopen we door het stilzwijgende detectiepoortje. Buiten sis ik “Doorlopen! Doorlopen!” tegen mijn lief. Als ik haar vertel waarom, reageert ze verbouwereerd. Onderweg naar de parkeergarage blijft ze aan één stuk door grinniken.
Ma (4)
Kookte mijn moeder lekker? Ach, het kon er meestentijds wel mee door. Ik moest onlangs nog denken aan één van haar culinaire klassiekers: macaroni met gehakt. Een eenvoudig recept met naast macaroni de ingrediënten tomatenpuree, gebakken uitjes, soepgroenten en een royale hoeveelheid licht aangebrand gehakt. Heerlijk.
Ze is vandaag uitgevaren. In een lichtblauw gespoten kist. Lichtblauw als haar trouwjurk. Als op een foto van Elizabeth Taylor in een tijdschrift.
De realiteit had haar dagdromen snel ingehaald. De arbeiderszoon hielp haar weliswaar ontsnap-pen thuis, maar kon haar niet in weelde doen leven. Een chique, voorname dame was ze uitslui-tend ‘s zondags, als ze naar de kerk ging.
Maar die macaroni, die zou ik nog wel eens willen proeven. Mmmm.
Pech
Vandaag, de dag voor de uitvaart, was de avondwake van mijn moeder. Van kwart voor zeven tot kwart over zeven. Aansluitend zouden de kinderen gezamenlijk de kist sluiten.
Om vijf uur stond ik met een kapotte band langs de kant van de weg. Ik waagde het niet om mij met de thuisbrenger op de autosnelweg naar het uitvaartcentrum te begeven. Om half zes appte ik dat ik verstek moest laten gaan. Ik hoopte stiekem dat mijn zwager bereid zou zijn een omweg te maken om mij op te pikken.
“Vervelend, maar beter vandaag dan morgen,” schreef mijn lieve zus en liet het daar bij.
Ik moet ze dus maar op hun woord geloven dat ma er echt in ligt.
Ma (3)
Ik weet niet wat mijn moeder nou erger heeft gevonden. Dat ik seks had vóór ik trouwde, of dat een andere vrouw belangrijker voor mij was geworden dan zij. Ze heeft het mijn lief in elk geval nooit vergeven. En ik haar niet.
Ik had dus inderdaad nog een rekening met haar te vereffenen. Maar ik heb de gelegenheid onbenut voorbij laten gaan. Ze zou mijn verbolgenheid en verdriet toch niet begrepen hebben. Haar ‘ik’ was sterker dan haar ‘jij’ en haar ‘wij’.
Mijn grafrede berg ik onuitgesproken op. Wie ben ik om het beeld dat een ander van haar heeft te willen veranderen. Wil iemand haar een goede moeder vinden, moet hij vooral zijn gang gaan.
Bidprentje (8)
Op mijn moeders kamer hing een gipsen cherubijn. Een foto daarvan gaat de voorzijde van haar bidprentje sieren. Gruwelijk, maar zo is vandaag met een meerderheid van stemmen besloten. En mijn tekst voor het bidprentje heeft geen goedkeuring gekregen. Broer 3 vond deze kil en zakelijk, en meende kritiek te bespeuren. En ook anderen vielen over de gebezigde toon. Kennelijk viel er tussen de regels door nog te veel rancune te bespeuren.
Mijn lief zegt dat ik net zo koud en kil ben als mijn moeder. Mijn lief zegt dat een uitvaart niet bedoeld is om af te rekenen. Mijn lief zegt dat ik een autist ben als ik de kritiek van de andere kinderen niet begrijp.
Okee.
Ma (2)
Mijn moeder is overleden. Vanmiddag om tien voor zes. Broer 3 en zijn echtgenoot waren toen bij haar. Binnen een uur waren de andere kinderen er ook. In het kleine huiskamertje werd het al snel gezellig. Iedereen was blij en opgelucht dat het eindelijk voorbij was.
De DELA arriveerde twee uur later, in de persoon van een man en een vrouw. Alleen mijn zus, haar echtgenoot en ik waren er nog. Broer 2 vertrok schielijk. Hij wilde niet zien dat er gezeuld werd met zijn moeder.
De brancard paste niet door de deur. Daarop werd het vederlichte lijk kalm en respectvol naar de gang gedragen, op de brancard gelegd, ingepakt en afgevoerd. Ik stond erbij en keek ernaar.
Ma
Het is drie uur in de middag op een ijskoude woensdag eind februari. Ik wordt gebeld op het werk door mijn zus. De huisarts is bij ma geweest, vertelt ze. Hij heeft geadviseerd alle kinderen te laten komen. Uur U nadert.
Buiten broer 1 is iedereen aanwezig als ik arriveer. De vrouw van broer 1 is al geweest, maar inmiddels weer vertrokken. Ma ligt met geopende ogen in bed. Met haar uitgemergelde handen houdt ze krampachtig de deken tot onder haar neus. Ze knippert met haar oogleden, maar reageert niet op wat er tegen haar gezegd wordt.
De stemming is kalm en ontspannen. Mijn zus blijft slapen. Voor het geval ma voornemens is er vannacht stiekem tussenuit te knijpen.
Geleende tijd (4)
“Hij loopt steeds moeizamer,” meldt de echtgenote van mijn liefs broer. Twee dagen zijn verstre-ken sinds de uitvaart van zus 3. Ze heeft gisteravond de rollator uit de berging gehaald. En van-ochtend de neuroloog gebeld.
De vorige week gemaakte hersenscan was rustig. Toch heeft de arts besloten hem op te nemen. Hij ligt nu in het ziekenhuis. Dat geeft hem rust.
Hij had gehoopt dat zijn zussen bij de uitvaart de weg terug naar elkaar zouden vinden. Als de Nelson Mandela van het gezin had hij dat graag nog bewerkstelligd vóór zijn vertrek. Mijn lief vertrouwde hij bij de uitvaart toe dat hij wat extra medicatie had genomen.
Hij is haar beste vriend. Haar hart gaat breken.
Onmin (3)
Op weg naar de uitvaart van zus 3 wordt overlegd hoe zus 2 te bejegenen. Krijgt ze een knuffel, een koele hand of wordt ze genegeerd? Tot een besluit komt het niet.
Haar blik in het crematorium is die van een verongelijkte, verbitterde en rancuneuze vrouw. In haar rede tijdens de ceremonie benadrukt ze hoeveel zij en haar echtgenoot hebben gedaan voor zus 3. Als mijn lief haar na afloop haar deel van de familiefoto’s overhandigt, reageert ze met een sneer.
De zoon en de dochter van zus 3 zijn verblijd over de komst van iedereen. Ze reageren buitenge-woon hartelijk. Dat is de winst van deze dag. En verder blijft de verbanning van Cruella de Vil gewoon gehandhaafd.
Onmin (2)
De uitvaart van zus 3 is komende dinsdag. Mijn lief en de twee andere zussen twijfelen of ze zullen gaan, omdat ze met haar gebrouilleerd waren vanwege zaken die zus 3 had uitgevroten. En ook omdat ze verwachten er met de nek aangekeken te worden.
Dan ontvangen zij allen een roos met een kaartje. Van de zoon en dochter van zus 3. Zij vragen het verleden te laten rusten. Ze zeggen dat ze het fijn zouden vinden als ze er op de uitvaart bij zouden zijn.
Een ontroerend mooi gebaar. Maar zus 2, de andere foute zus, is nog springlevend. Zij zal er ook zijn. Evenals hun broer, die inmiddels drie tumoren heeft en al jaren begrip predikt.
Oude kiekjes
In 2011 overleed de vader van mijn lief. Haar moeder volgde in 2012. Zo’n vijfentwintig fotoalbums belandden destijds bij ons op de zolder. De foto’s zouden verdeeld worden. Daar is lange tijd niets van terecht gekomen. Het was immers een tijdrovende klus. En er zou geheid gedonder van komen.
Vandaag zijn de dozen van de zolder gehaald. Mijn lief en zus 4 zijn aan de slag gegaan. Op naam van elk kind is een stapel gemaakt. Uren achtereen zijn ze bezig. De stemming is ontspannen. Er wordt zelfs gelachen zo nu en dan. Met zoveel foto’s zou je als buitenstaander haast nog denken dat het een gelukkig gezin was. Vannacht zal mijn lief ongetwijfeld geen oog dicht doen.
Dolores
Bij behoefte aan gespierde taal worden tegenwoordig vaak krachttermen gebezigd als shit, fuck en zelfs erger. Ik vind dat jammer. Ik betreur de teloorgang van het aloude, vertrouwde ‘godver-domme’. Ik zou een pleidooi willen voeren voor de herinvoering en het in ere herstellen van deze eigentalige, moreel verantwoorde krachtterm.
Bij het lezen van de krant dacht ik vanochtend nog: Godverdomme, Dolores is dood!
In een hotelbed in Londen is de frontvrouw van de Ierse band The Cranberries afgelopen zondagnacht een onnatuurlijke dood gestorven.
In 2016 op Bospop heb ik haar van dichtbij gezien. Ze was weer kwistig geweest met haar kohl-potlood. Omdat mijn lief klein van stuk is, stonden we helemaal vooraan. En nu is ze dood.
Godverdomme, Dolores.
Bidprentje (7)
De tekst voor het bidprentje van mijn moeder is gereed. Hij is milder en barmhartiger van toon geworden dan ik van plan was. Alle kinderen weten wel hoe ik over haar denk. Ik wil niet de ploert zijn die haar nog een schop na geeft.
Voor de attente lezer heb ik tussen de regels door wel een disharmonisch gezin beschreven. Een gezin dat als los zand aan elkaar hing. Omdat mijn moeder niet echt een moeder wilde zijn, en mijn vader geen vader. Het waren rollen die hen door de samenleving, door het leven waren opgedrongen. Als de pil eerder op de Nederlandse markt was gekomen, hadden ze wellicht één of hooguit twee kinderen gehad. Voor de vorm.
Onmin
Mijn lief heeft vier zussen. Met zus 2 en zus 3 is ze gebrouilleerd sinds de dood van haar moeder. Ook zus 1 en zus 4 hebben het contact met zus 2 en zus 3 verbroken.
Vanochtend heeft mijn lief van haar broer te horen gekregen dat zus 3 vannacht overleden is. Haar kinderen zijn er kapot van. Ze hebben hun oom toestemming gegeven de familie te informeren. Of iedereen welkom is op de uitvaart, is nog onduidelijk. Het is niet ondenkbaar dat de zussen die in onmin leefden met zus 3 tot persona non grata worden verklaard.
Niets is zo vanzelfsprekend, complex en zwanger van conflicten als de bloedband. Soms zou je haast willen dat je niemand had.
Geleende tijd (3)
De broer van mijn lief ziet nog nauwelijks met één oog, lopen gaat moeilijk en er is een nieuwe uitzaaiing aangetroffen in zijn ruggenwervel. Hij zal waarschijnlijk weer bestraling krijgen.
Een half jaar geleden zijn ze verhuisd. Van hun jaren-dertig-huis waar ze sinds hun huwelijk woonden naar een gloednieuw, met veel zorg en aandacht ingericht appartement. De hele familie hoopte in stilte dat hij dit nog zou meemaken. Daar is hij wonderwel in geslaagd.
Schoonzus bericht de familie en vrienden via de WhatsApp-groep die ze daarvoor heeft ingesteld. Ze is een lieve, intelligente en beschaafde vrouw. We willen niet ook haar verliezen, als hij er niet meer is. Daarvoor zit er te veel van hem in haar.
Verloren
Het is 2 uur ‘s middags op vrijdag 9 februari als ik ma bezoek. Het vriest. Ik heb blauwe hyacinten meegebracht. Drie in een pot. Ma ligt in bed. De ogen wijd open. Alleen haar ingevallen hoofd met het dunne, grijze haar en een broodmagere hand met een dunne pols met daaromheen de alarmknop steken boven de dekens uit.
Ze herkent mij direct, noemt mijn naam en is blij me te zien. Ze is helder en praat. Dan vraagt ze wie haar naar huis terug brengt. Ik leg uit dat dit haar huis is, sinds anderhalf jaar. Ze kijkt me onthutst en met ontzetting aan.
Als broer 2 arriveert, is de energie op en geeft ze nog nauwelijks antwoord.
Geschiedenis
Gisteravond met mijn lief op verjaarvisite geweest bij mijn nicht Lea. Ze is jarenlang getrouwd geweest met Joop, die in 2003 tragisch verongelukte. Hij werkte aan het spoor, maar hoorde de waarschuwing van de naderende trein te laat.
Al die tijd is Lea weduwe geweest. Ze hield zich kranig. Uit niets bleek dat ze eenzaam was.
Enkele maanden geleden kreeg ze kennis aan ene Sjoerd. Hij werkt op een verzekeringskantoor. Gisteravond zagen we hem voor het eerst. Hij maakte een intelligente en sympathieke indruk. Totdat iemand toevallig over de oorlog begon.
Die holocaust, zo meende Sjoerd, was best wel meegevallen. We moesten niet alles geloven wat daarover werd gezegd.
We waren om elf uur al weer thuis. Sjoerd ook.
Nog effe
De ramen in het zorghuis kunnen slechts op een kiertje open. Ma zou er eens knetterdepressief een eind aan willen maken. Of de kleinkinderen iets te enthousiast uitzwaaien. “Tot de volgende kee- OEPS!!”
Maar de tijd van doelbewust zaken ondernemen ligt inmiddels ver achter haar. Ze kijkt apathisch voor zich uit en cirkelt wezenloos in een baan om de aarde. Het contact is verbroken.This is Ground Control to Major Tom. Can you hear me, Major Tom? Can you hear me, Major Tom…?
Ik hoop niet dat het nog lang duurt. Alleen haar broze, geknakte lijfje is nog hier. Het leven is niet geworden wat ze ervan verwacht had. Maar daar kunnen we nu niets meer aan veranderen.
Schade
De storm van donderdag 18 januari heeft de tuinschutting omver geblazen. Iedereen kan naar binnen kijken. De opstalverzekering vergoedt hopelijk de schade.
Een gewiekste jonge klusjesman maakt een offerte van ruim zesduizend euro. Hij denkt dat ik de verzekeringsmaatschappij een poot wil uitdraaien en wil daarvan meeprofiteren.
“Honderd werkuren zal de verzekering nooit accepteren,” mail ik terug.
Een tweede klusjesman doet het voor minder dan vierduizend euro. Het is een stugge, vierkante bouwvakker. Hij heeft één dag nodig voor de klus.
“Maar het beton waarin de palen komen moet al een dag drogen,” zeg ik.
“Sneldrogend beton,” antwoordt de bouwvakker. Zijn offerte gaat naar de verzekering.
De meneer van de verzekering antwoordt dat hij een schade-expert langs zal sturen.
Kiezen
Toen de blauwe en de rode dubbel verzamelelpee van The Beatles in 1973 werden uitgebracht was ik dertien. Onder invloed van mijn oudere broers was ik fan geworden. Zij hadden al weer nieuwe idolen.
In de Studio, de televisiegids van de KRO en mijn ouders, werden alle nummers van beide elpees opgenoemd. Wekenlang heb ik gedubd. Ik had slechts geld voor één van de twee.
De liedjes die ik al met onze Philips bandrecorder had opgenomen van de Arbeidsvitaminen op de radio streepte ik door op het uitgeknipte lijstje. En ofschoon ik meer hield van hun werk uit de eerste periode (de rode lp), kocht ik uiteindelijk de blauwe.
U zult vast nog geen vijf titels kunnen opnoemen. Ach.
Het naadje van de kous
Broer 2 meldt via WhatsApp dat de huisarts bij ma is geweest. “Hij wil geen pijnstiller geven, uit angst dat ze dan helemaal niet meer eet. Ze heeft hem beloofd dat ze wat meer gaat eten. Zuster Esther was erbij.”
Broer 3 belt naar het zorghuis voor meer informatie en spreekt met zuster Esther. De huisarts had ma de keuze gegeven: een pilletje tegen de pijn, maar dat zou haar eetlust verder doen afnemen en dan zou ze sneller bij pa zijn, of geen pilletje, maar wel beter eten om aan te sterken.
Ze had voor het laatste gekozen. Ze vindt zichzelf nog te jong om te sterven. En pa kan nog wel even wachten.
Appelmoes
Ma blijkt gevallen te zijn. Mijn zus kwam daar achter toen ze met een zuster sprak. Als ik in de WhatsApp-groep informeer of iemand daar meer van weet, zegt broer 2 dat het een klein ongelukje betrof. Het was niet gemeld omdat hij geen paniek wilde veroorzaken. Als ik zeg dat ik het een volgende keer toch graag zou willen weten, reageert hij vinnig met:
“Wat doe je dan?”
Hij bedoelt te zeggen dat HIJ elke dag in het zorghuis is en ik zelden. Lul. Mijn relatie met ma is niet je dat. Het is een kille, gevoelsarme vrouw, die daarmee datzelfde oproept bij mij. Ze eet nu nog enkel appelmoes en bouillon en weegt nog maar 42 kilo.
Kedeng kedeng
Het is een frisse zaterdagochtend begin januari. Mijn lief en ik zijn op weg naar Amsterdam. We hebben bij de BankGiro Loterij twee kaartjes gewonnen voor een nieuwjaarsconcert met Nederlandse artiesten. In Carré, vanmiddag om drie uur.
Bij de Spoordeelwinkel heeft mijn lief voordelige dagretourtjes gekocht. Inclusief een bon voor een fastfood restaurant op Amsterdam Centraal. En voor enkele euri méér reizen we zelfs eerste klas. Het kan niet op.
Maar bij Zaltbommel staan we stil. Even verderop is iemand voor een trein gesprongen. We moeten terug naar Den Bosch en omrijden. De koffiejuffrouw vertelt dat onze machinist behoorlijk is aangeslagen. Op het moment van de aanrijding had hij contact met de machinist van die andere trein.
Klotebaan.
Klusje
We brengen het wijkkrantje rond in een deel van de wijk om inkomsten te generen voor het zangkoor van mijn lief. In het donker verspreiden we 180 exemplaren. Andere leden doen de rest van de wijk.
Ik doe mijn kant, mijn lief de overkant. Brievenbussen in alle soorten en maten. Van hele gewone, tot hele bekakte. Van heel toegankelijke, tot onbenaderbare en introverte. Soms ruik je wat er gekookt wordt. Soms blaft een hond naar het krantje. Bij wie thuis is staat de televisie aan en/of de computer. Een kat op de vensterbank kijkt onbewogen naar de passerende vreemdeling.
Na drie kwartier zijn we weer thuis en gaat mijn lief koken.
We hebben het zo slecht nog niet.
Bidprentje (6)
Mijn lief heeft de kerstboom vandaag afgetuigd. De piek, de ballen en de engeltjes voorzichtig ingepakt en weer opgeborgen op de zolder. De boom wordt vrijdag opgehaald. Het is weer voorbij. Ik kijk nu al uit naar de volgende kerst.
Ma zal er dan niet meer zijn. Ze eet bijna niets meer. Ze reageert nog nauwelijks op wat er tegen haar gezegd wordt. Het hoeft van haar niet meer. Haar tijd zit erop. Het is welletjes geweest. Ze zit te wachten op het moment dat ze wordt opgehaald. In gedachten is ze al vertrokken.
Dag ma. Ga maar. Als moeder stelde je weinig voor. De ik in jou was te sterk.
Denk niet dat ik je ga missen.
Senior belhamel
Broer 2 is recalcitrant vandaag. Hij is 62, weduwnaar, vroegtijdig gestopt met werken, heeft een onzindelijk hondje dat plast op het parket en hij bezoekt dagelijks zijn en mijn moeder in het verzorgingstehuis, omdat hij niet veel anders om handen heeft.
Als ma weer eens weigert te eten, dwingt hij haar met zachte drang etenswaar te nuttigen. ‘Voe- ren’ noemt hij dat in de WhatsApp-groep waarin de kinderen communiceren over ma. Zuslief ergert zich daaraan. Ze schrijft dat je mensen ‘te eten geeft’ en dieren ‘voert’. Broer zegt het niet te begrijpen en is zich van geen kwaad bewust. Ik vermoed dat hij de kluit belazert, om zuslief te stangen. Je moet toch wat, als je je verveelt.
Bidprentje (5)
Voetballen deed ik op straat voor ons huis met de buurjongen. Gewoon met de schoenen waarmee ik naar school ging. Met vijf kinderen was er slechts geld voor één paar schoenen per kind. Waren die schoenen versleten, stuurde ma mij naar boven, naar de badkamer. Daar stond onder het bidet, achter een gordijntje, een grote doos met afgedragen schoenen van de oudere kinderen.
Eén keer had ik pech en werd ik op school meedogenloos uitgelachen om de oude laarzen van mijn grote zus die ik droeg. Dat was nog pijnlijker dan de jaarlijks terugkerende vernedering dat ik de afdruk van de klassenfoto mee terug naar school moest nemen omdat daar geen geld voor was.
Armoede is vaak wreed.
Bidprentje (4)
Doordeweeks, en heel vroeger ook op de zaterdagochtend, stapte pa ’s ochtends om tien voor acht op de fiets naar zijn werk op kantoor bij Philips. Ma lag dan nog in bed te soezen. Zij was huisvrouw en hoefde nergens naar toe.
Of ma de kinderen vanuit bed sommeerde op te staan, of dat wij dat uit eigen beweging deden, weet ik niet meer. Maar zodra ik was opgestaan, liep ik naar haar slaapkamer. Vanuit haar bed gaf zij dan opdracht de kleerkast te openen waarin elk van de vijf kinderen een eigen plank had met kleren. Gedecideerd wees ze aan welke kleren je moest pakken en aantrekken.
Voor mij was dat de gewoonste zaak van de wereld.
Veroordeeld
Twee jaar heeft Freek gekregen. Met goed gedrag komt hij misschien met 16 maanden al vrij.
Een week na de uitspraak verhuisde Els naar Rotterdam. Daar kent niemand haar. In het dorp werd zij nagewezen en als ze de Spar binnenliep verstomden meteen alle gesprekken.
Ze is nog één keer naar een verjaarsfeestje geweest, van schoonzus Trees. Daar werd niemand vrolijk van.
Op het werk luncht ze op haar kantoor, en drinkt zij koffie uit haar thermoskan.
Elke zaterdagochtend doet zij de boodschappen en pakt ze de trein van 11.59 uur om Freek te bezoeken. Hij wil niet dat zij dat doet. Hij moet huilen als hij haar ziet.
“Sorry,” zegt zij dan, “maar ik mis je zo.”