Maand: augustus 2019

Bidprentje (3)

Ik kan niet koken en ik wil ook niet koken. Mijn lief gelukkig wel. Toch meen ik mij vaag te herinneren dat mijn moeder mij ooit, als kleine jongen, geleerd heeft vlees te braden.
Ze kruidde het vlees aan beide zijden met wat zout en peper, zette de braadpan op een grote pit van het fornuis, stak het vuur aan, op hoog, en mikte een half pakje Blue Band in de pan. Zodra dat gesmolten en het schuim bijna weggetrokken was, legde ma het vlees voorzichtig in de pan. Ze bakte het aan beide zijden even aan, zette het vuur lager en legde de deksel op de pan om het vlees te laten garen.
Dat was alles.

Daten (1)

“En?” vraag ik. “Hoe is het gegaan?”
“De beste date ever,” zegt mijn zoon.
We hebben er de afgelopen maanden vaak over gesproken. Hij heeft zijn leven aardig op de rails. Maar wat nog ontbreekt is een vrouw. Hij weet wat hij zoekt. Hij weet waaraan ze moet voldoen. Hij heeft al eerder relaties gehad. Een vrouw met een rugzak vol problemen, dat wil hij niet meer. Daarnaast moet ze intelligent zijn. En humor hebben. En van dezelfde muziek houden. En eerlijk zijn. En monogaam; vooral dat. En als hij met vrienden uit gaat, moet ze daar niet over zeuren. En kinderen…. Nog niet. De nacht is nog jong.
Die van gisteravond zou het wel eens kunnen zijn.

Apartheid

Vroeger stond er een dikke laag olie bovenop de pindakaas. Na het openen van een nieuwe pot was je wel even bezig om die olie te vermengen met de fijngemalen pinda’s. Was je vervolgens door omstandigheden enige tijd verhinderd om de rest van de inhoud van die pot te consumeren, had de olie zich weer gescheiden van de pindakaas en kon je opnieuw beginnen.
En zelfs als regelmatige consument kwam het voor dat de olie vroegtijdig opraakte. Dit kon dan – als je niet verduiveld goed oppaste – uiteindelijk leiden tot uitdroging en zelfs terminale onsmeerbaarheid.
Dat de pindakaas van nu niet langer hierdoor bedreigd wordt, dat noem ik pas vooruitgang. Dus kom mij niet aanzetten met: vroeger was alles beter.

Bidprentje (2)

Nu dat mijn moeder hard op weg is naar de uitgang van het leven, begin ik in gedachten al te worstelen met de tekst voor haar bidprentje. Deze wordt moeilijker dan die van mijn vader. De valkuil is dieper. De meningen over haar moederschap lopen namelijk uiteen.
“Hoed je ervoor, schat,” adviseert mijn lief ongevraagd, “het laatste dunne lijntje met je oudere broers onbedoeld te verbrekenen.” Ze doelt erop dat broer 1 het bloed van zijn moeder kan drinken, en dat broer 2 daarentegen geen kwaad woord over haar wil horen.
Ik weet niet of ik het risico moet nemen mijn vingers hieraan te branden. Maar ik kan ook geen nee zeggen als ik gevraagd word voor deze klus. 

Bidprentje

Een jaar geleden schreef ik het bidprentje van mijn vader. Een tekst die zijn persoon en zijn leven in grote lijnen weerspiegelde en waarin niemand vergeten werd. Een tekst acceptabel voor iedereen.
 Ik schreef over een leven dat bruusk onderbroken werd door een gedwongen verblijf in Nazi-Duitsland, in het kader van de Arbeitseinsatz. Over hoe hij aan het eind van de oorlog mijn moeder ontmoette, met wie hij in 1951 in het huwelijk trad. Slechts tussen de regels door viel te lezen dat hij er als vader van vijf kinderen vervolgens weinig van bakte.
 Van huis uit was mijn vader een meubelmaker. Daarom prees ik hem als ‘de laatste van zijn generatie van handwerkers, de laatste zwaluwstaartverbindingsmaker.’

Inslapen

De japanners hebben er een uitdrukking voor: Hang Téh, wat zoveel betekent als Weg naar de Slaap.Ieder mens heeft zijn eigen Hang Téh. In mijn geval houdt dit in dat ik vijf minuten op mijn rug lig, vier minuten op mijn rechterzij, om vervolgens op mijn linkerzij in slaap te vallen.
Ook wanneer je doodmoe bent, mag je niet afwijken van je Hang Téh. Er zijn geen short cuts of sluiproutes naar de slaap. Het is de vaste procedure, of zo u wilt het ritueel, dat leidt tot de slaap.
Het werkt altijd. Tenzij ik te veel gedronken of gegeten heb. De zeldzame keren dat ik er niet in slaag in te slapen, verzin ik dit soort onzin.

Pré-pensionado’s

De drukke kerstdagen zijn voorbij en we zijn inmiddels ook van jaar verwisseld. De rest van ons kerstreces vieren we in alle rust thuis. Met een laatste oliebol of een zelfgebakken wafeltje bij de koffie.
Ik zwerf rond over internet en schrijf mijn stukjes. Onderwijl kijkt mijn lief naar Utopia. Met de koptelefoon op haar hoofd, dan hoef ik niet mee te luisteren naar hoe dat volk elkaar het leven zuur maakt.
Gisteren zijn we even de deur uit geweest. Naar Intratuin. Om cadeaubonnen te verzilveren en kerstspullen met veertig procent korting te kopen voor de volgende kerst. Regeren en rondkomen is vooruitzien.
Het leven zonder werk is kalm, gezapig en heerlijk onbekommerd. Man könnte sich daran gewöhnen.

Treurig

Als ik arriveer zijn mijn jongere broer en zijn echtgenoot al druk bezig met mijn moeder. Ze heb-ben haar van de eetzaal teruggezeuld naar haar kamer. Ze had niets willen eten, maar ondanks haar lege maag had ze toch overgegeven, aldus het personeel.
Het is Tweede Kerstdag. Mijn bezoek valt niet toevallig samen met dat van mijn broer. Want ma is de laatste tijd nogal in zichzelf gekeerd. Bovendien werken mijn broer en zijn echtgenoot dage-lijks met bejaarden. Zij zijn niet gauw onder de indruk van substanties die het menselijk lichaam op ongewenste momenten verlaten.
Onze vragen lijken nauwelijks tot haar door te dringen. De malaise wordt toegeschreven aan buikgriep. Ik denk dat ze gewoon niet langer leven wil.

Vergane glorie

Kerstavond verloopt bij ons al jaren volgens hetzelfde stramien: Mijn lief en haar zangkoor zingen tijdens de mis van acht uur, mijn zoon en ik zitten in de kerk, en na de dienst kijken we thuis naar de All You Need is Love kerstspecial en eten daarbij saucijzenbroodjes. Afgezien van uitvaarten en trouwpartijen komen we de rest van het jaar niet in de kerk. Het merendeel van de dorpsbewo-ners evenmin.
Vandaag herhaalde de VARA een televisieshow van Robert Long en Leen Jongewaard. Ik was het haast vergeten, maar er werd in die tijd nog hard en gemeen geschopt tegen de kerk. Dat is tegenwoordig niet meer nodig. Het gros der gelovigen in onze contreien is inmiddels voorgoed uitgeloofd. 

Filmklassieker

Een mondharmonica hangt aan een dun koordje om de nek van de vreemdeling. Het is bloedheet als de trein halt houdt bij een klein station, ergens in het Wilde Westen. Drie ongure sujetten wachten de vreemdeling op. Die met een scheel oog lijkt de baas van het stel.
“Hebben jullie een paard voor mij meegenomen?” vraagt de vreemdeling, nadat hij is uitgestapt.
“Oeps,” reageert de loensende boef schalks. “We hebben er kennelijk eentje te weinig.”
De vreemdeling vertrekt geen spier van zijn gezicht.
“Nee, hoor,” antwoordt hij kalm. “Twee te veel.”
De grijnslach besterft de schele schurk op het gezicht. Razendsnel trekken hij en zijn maats hun wapens. Maar de man met de mondharmonica is sneller, en krijgt gelijk.

Complot

Terwijl ik in het kleedhokje een prettig afgeprijsde broek pas, hoor ik hoe twee vrouwen een man een nieuwe jas proberen aan te praten. De een zal de dochter zijn, de ander de verkoopster. De stem van de man klinkt AOW-gerechtigd. Als ik het hokje uitstap, zie ik hem voor de spiegel staan.
“Hij staat u heel sportief,” zegt de verkoopster stellig. De dochter knikt driftig.
De jas is ordi glimmend, de man twintig jaar te oud.
Terwijl zijn dochter en de verkoopster het met elkaar eens zijn, kruist de blik van de oude man de mijne. Hij glimlacht. Hij weet heus wel dat hij voor lul gaat lopen in die nieuwe jas. Maar hij zit daar niet mee.

Voorbij

In de jaren tachtig maakten mijn liefs oudste zus en haar man deel uit van een vriendenkring van vier echtparen. Elk stel bezat een boot en de vriendschap werd elk weekend gevierd op het water.
Voor de winter gingen ze op zoek naar een alternatief. Dat werd een groot, oud huis in een dorp in de Belgische Ardennen. Een Villa Kakelbont voor volwassenen. Elk echtpaar had er zijn eigen appartement. Ook mijn lief en ik maakten daar menig prettige herinnering.
Maar de jaren verstreken en langzaam viel de vriendenkring uiteen. Na de dood van haar man was ook voor de zus van mijn lief de lol er vanaf. Vorige maand is het huis verkocht. Want alles gaat eens voorbij.

Zielig

Mijn lief slaapt van nature al beroerd. Maar nog beroerder sinds ze bij het douchen is uitgegleden en enkele ribben heeft gekneusd. Ze steunt en kreunt telkens als ze haar getormenteerde lijf be-weegt. Ik mag haar voorzichtig vasthouden, maar vrijen kan ik voorlopig wel vergeten.
Slapen kan ik altijd en overal, daar mag ik niet over klagen. Mijn lief ligt daarentegen ongewild de halve nacht te lezen bij het schemerlicht van haar e-reader.
Het is vijf uur, Paris se reveille, terwijl mijn lief in het donker voorzichtig naar beneden is ge-kreund. Ze zal twee tabletjes paracetamol en een tabletje diclofenac hebben geslikt en nu naar De Luizenmoeder zitten kijken. Ik voel meelij en draai me nog eens om.

Spel

In de winkel die stoelen en banken verkoopt kun je een kanon afschieten. Gisteren golden er nog de Sinterklaas-aanbiedingen, maar ook toen is het er niet druk geweest. Daarom kan de verkoper vandaag nog een mooie prijs maken voor een bank die mijn zoon wil kopen. Desgevraagd verklaart deze dat hij maximaal 500 euro wil uitgeven. We zoeken en vinden een bank die hij mooi vindt. Die kost echter 867 euro. De verkoper doet de suggestie dat ik bijlap. Ik reageer niet. Mijn zoon twijfelt. Het is veel geld. Ik doe hem het voorstel er een nachtje over te slapen. Dat werkt. De verkoper gaat nog eens met zijn baas praten. Mijn zoon krijgt de bank voor 649 euro.

Tattoo 4 you

Mijn lief heeft een uitgesproken hekel aan tatoeages. Ze heeft hemel en aarde bewogen om onze zoon te doen afzien van zijn voornemen er eentje te laten zetten. Ze sprak van zelfverminking en kandidaat-werkgevers die hem links zouden laten liggen.
Op een zaterdagochtend breng ik hem naar een tattoo artist met goeie online reviews. Het duurt uren, het doet pijn, maar hij houdt zich groot. Op de weg terug vraagt hij of ik het resultaat mooi vind.
“Jazeker,” antwoord ik. “Maar zorg ervoor dat je moeder hem niet hoeft te zien.”
Hij knikt schuldbewust.
Mijn lief wil niet weten hoe het gegaan is. Het onderwerp is een no fly zone geworden, ter grootte van een rechter bovenarm.

Onbezorgd vertier

Mijn lief maakt vandaag een uitstapje. Een dag lang is ze vrij en zorgeloos en mag ze even verge-ten wat ze wil vergeten. Ze bezoekt de Margriet Fair, een jaarlijks evenement voor Margriet leze-ressen, al zullen die van de Libelle ongetwijfeld ook welkom zijn.
Ze gaat er met drie vriendinnen van het zangkoor naar toe. Een harmonieus kwartet van praters, luisteraars en kijkers. Een dag lang sjokken langs eindeloze rijen kraampjes met dingen waarvan producenten vinden dat vrouwen absoluut niet zonder kunnen. En daarnaast zijn er ook kleine, lekkere, gratis uitprobeerhapjes en uitprobeerdrankjes in overvloed. De hemel op aarde voor vrouwen, zolang het duurt. En wellicht komt Gerard Joling dit jaar ook weer zingen. Of Nick en Simon.

Van praatjesmakers en zwijgers

Op een zondagochtend bezoek ik mijn oude moedertje in het zorghuis. Ze moet lang nadenken voordat ze weer weet wie ik ben. Een jonge verpleegster heeft haar zonet gewassen en aange-kleed en neemt de naar plas stinkende vuile was mee. Een dankjewel kan er bij mijn moeder niet af. Verpleegsters zijn personeel.
Ik ben geen prater. Zij wel, maar vandaag niet. Gisteren heeft ze met mijn oudste broer naar de Sinterklaasintocht op televisie gekeken. Hij was druk, zegt ze. Ze vindt hem een praatjesmaker. Net zoals de pater die de uitvaart van pa leidde.
In de WhatsApp-groep meldt een andere broer later op de dag dat ma mij maar stil vond. Het is ook nooit goed.

Italiaan

We gaan lunchen in een nieuw, hip Italiaans restaurant. In een voormalig winkelpand in de oude binnenstad van Maastricht. We zijn net op tijd. Het stroomt vol met een boel lokale Italianen – die na binnenkomst de deur niet achter zich sluiten, want in Italië hoeft dat ook niet – en ander hongerig volk.
De eigenaar is een jonge, bebaarde en stugge Italiaan, die nauwelijks Nederlands spreekt. Eten en drinken is hier de taal. Maar als we buongiorno, si of prego zeggen, glimlacht hij bereidwillig.
De meubels zijn uitgesproken kringloopdivers. En voor het toilet zonder fonteintje moet je door de wanordelijke, groezelige keuken lopen, waar de kinderen van het personeel op de grond spelen. Maar het eten is er overheerlijk. Grazie.

Schoolonderzoek

Mijn leraar Duits kijkt uit naar zijn pensioen. Ik geef halfslachtig antwoord op zijn vragen. De boe-ken van de lijst hebben mij maar weinig kunnen boeien. Hij wil een onvoldoende in zijn notitie-boekje schrijven, maar aarzelt.
“Kun je een Duits liedje zingen?” vraagt hij.
Ik denk aan de onlangs gekochte LP van Stefan Sulke. Zachtjes begin ik voor mij uit te zingen: “Mein Vati, der war ein Kapitän. Ein Seemann war’s und konnte mich verstehen. Stimmt gar nicht, dass er alle Tage sich betrank und eines Abends so vom Kai fiel und ertrank. Die Nordsee, die singt manchmal ihre Lieder. Und einmal kommt mein Vati sicher wieder…
De leraar glimlacht, maakt een notitie en zegt dat ik kan gaan.

Downton Abbey NL

We bezichtigen het grote herenhuis dat de dochter van mijn liefs oudste zus en haar man onlangs hebben gekocht. Het pand stamt uit 1904. Het wordt gestript en verbouwd en krijgt een moderne, luxueuze inrichting.
De grote keuken in het souterrain was het werkdomein van het huishoudelijk personeel en in de nok van het huis herken je nog de minuscule slaapkamers van de dienstmeiden. De minnares van een joodse advocaat heeft er ook gewoond. Het koosjer bereide eten werd via een kleine lift naar de eetkamer getransporteerd.
Konden de muren spreken vertelden zij hoe er geleefd werd, gewerkt, geslapen, gevreeën, gebeden, gevierd, gerouwd, gelachen, gezongen, gehuild, getierd, gewanhoopt en gezwegen.
Zoals in elk huis. Maar dan meer.

Diva

Vandaag was de uitvaart van M. Mijn schoonmoeder, met wie ze bevriend was, stoorde zich vaak aan haar. In het bestuur van de vrouwenbond zette ze zaken naar haar hand. In het gezelschap van meneer pastoor eiste ze alle aandacht op. Bij het kaarten speelde ze vals. En ’s zondags naar de kerk droeg ze een bekakte hoed.
Vanochtend, in zijn preek, typeerde onze oud-pastoor haar als ad rem en gevat. Kort voor zijn vertrek had ze hem zover gekregen in de carnavalsoptocht mee te lopen, enkel gekleed in een kartonnen doos. Op de achterzijde stond geschreven: alles is al ingepakt.
Wellicht heeft ze hem toen gevraagd nog éénmaal terug te keren. Ter meerdere eer en glorie van haarzelf.

Geleende tijd (2)

Mijn lief is blij. Haar broer belde daarnet om te zeggen dat het eigenlijk best meevalt met zijn gezondheid. Vocht was de oorzaak van zijn recente problemen. Geen nieuwe tumor. Een crisis is afgewend. We hoeven weer even niet te denken aan het onvermijdelijke. En wat dat allemaal met zich mee zal brengen.
Zo zal de uitvaart een ongewenste familiereünie tot gevolg hebben. Een weerzien met de zussen die mijn lief het liefst nooit meer wil zien. De zussen met wie zij sinds de dood van haar moeder gebrouilleerd is. Ook de bitch die haar bij de afhandeling van de erfenis van verduistering betichtte.
Voor dit moment is mijn lief zielsblij. Haar innig geliefde broer leeft nog.

Nog niet

Mijn schoonmoeder was mij dierbaarder dan mijn eigen moeder. Iedereen was altijd welkom bij haar, omdat ze hield van leven in de brouwerij. Ze vertelde je alle nieuwtjes, ook die die zij geacht werd voor zich te houden.
De keuken was haar onbetwiste domein. Daar werd gekletst, geroddeld, gelachen, gehuild, getelefoneerd, eindeloze kaartspelletjes gespeeld, nieuwe kleren getoond, vakanties besproken, romances, zwangerschappen, trouwerijen, ruzies, echtscheidingen. En dat alles altijd bij een kop koffie met iets lekkers erbij.
Ik zou het heerlijk vinden herinneringen op te halen en plezier te beleven aan het vertellen van de talloze anekdotes met mijn schoonmoeder in de hoofdrol. Maar dat kan nog niet. Het is nog te kort geleden. De aarde is nog vochtig.

Sneeuw

“Toen ik zondagochtend wakker werd en naar buiten keek,” begint mijn vriend zijn verhaal, “zag ik dat het gesneeuwd had. Ik stond gauw op, haalde op de badkamer snel een washandje door mijn gezicht, kleedde mij vlug aan en liep gehaast naar beneden. Daar trok ik mijn schoenen aan, greep mijn jas in de hal en liep via de achterdeur de tuin in.”
Omdat ik benieuwd ben waar zijn verhaal naar toe gaat, luister ik stilzwijgend toe.
“Toen ging het slaapkamerraam open en riep Ellie: “Wat doe je?”
Ik keek omhoog, riep terug: “Het heeft gesneeuwd!” en dacht: Jeetje, wat is er godallemachtig veel wat zij nog niet van mij weet. Martha wist dat ik dol ben op sneeuw.”

Geleende tijd

De familie van mijn lief maakt zich op voor het afscheid van een geliefd familielid. Ziek is hij al jaren, de broer van mijn lief. Soms wat minder, meestal wat meer. Ze hebben elkaar lang voor de gek gehouden en gedacht dat hij nog beter zou worden. Of nog enkele jaren bij hen zou zijn. Niemand dacht: Met Kerstmis is hij er niet meer.
Maar vandaag is de familie met de neus op de feiten gedrukt. Vandaag heeft zijn lief laten weten dat hij de laatste weken hard achteruit is gegaan. Dat de kwaliteit van leven met de week minder wordt.
Mijn lief is erg verknocht aan haar broer. Een deel van mijn lief zal met hem sterven.

Monofunctioneel

Karel is een beschaafd en geletterd man. Zelfs wanneer hij teveel gedronken heeft.
“Mijn soldaat,” vertelt hij op sombere toon, “disfunctioneert.”
Niet-begrijpend kijk ik hem aan.
“Voorheen hoefde ik maar te kikken of hij sprong in de houding, greep zijn geweer, spande de haan, krulde zijn vinger om de trekker en legde aan, gereed om te vuren op mijn bevel. Schietgraag zoals het een goed soldaat betaamt.
Maar die tijd is voorbij. In de houding springen gaat niet meer zo gemakkelijk, laat staan de trekker overhalen. Alleen plassen doet ie nog goed.”
Hij zwijgt.
“Ach” zegt hij dan, “ik ben vast niet de eerste homo erectus defectdus. Bovendien… kanker is erger. Van slap geleuter ga je niet dood.”

Verkassen

In de aanloop naar zijn pensioen werd de broer van mijn lief ernstig ziek. Ook daarna kreeg hij nog diverse andere nare ziektes. Maar inmiddels lijkt hij helemaal hersteld, al heeft één en ander een zware tol van hem geëist.
De broer van mijn lief en zijn vrouw besloten kleiner te gaan wonen. Ze hebben hun huis verruild voor een splinternieuw appartement op stand. Vrijwel alle oude meubels zijn vervangen. Ze hebben heel wat tijd gestoken in de inrichting. Het resultaat mag er wezen.
Als ik hem vraag of het moeilijk was om samen keuzes te maken, schudt hij van nee.
“Ik heb Maud meestal haar gang laten gaan,” zegt hij. “Tenslotte zal zij hier langer wonen dan ik.”

Publiekswissel

Op het verjaarsfeestje zijn alle gasten – buiten mijn lief en ik – van ná Hein. Vijf jaar geleden overleed hij en sindsdien staat Gerda er alleen voor. Ze is niet gestopt met het vieren van haar verjaardag, maar vandaag is er niemand meer bij uit Hein zijn tijd.
Een deel van het publiek bestond kennelijk uit vrienden van hem voor wie Gerda in haar eentje niet de moeite waard was. Andere lieden hebben – zo weet ik van mijn lief – van Gerda hun congé gekregen, omdat zij HEN na Hein niet meer de moeite waard vond.
In plaats van te treuren en kniezen heeft ze nieuwe vrienden gemaakt. Om haar verjaardag en het leven mee te vieren. Hiep hiep hoera!

Foto pa

Op de laatste foto van mijn vader zag hij er uit alsof hij binnen een half jaar zou overlijden. Dat doet hij dan ook.
Enkele maanden na zijn dood vind ik in mijn fotoarchief een mooie kiek van hem. Hij lacht daarop en heeft nog volop zin in het leven. Ik laat de foto afdrukken en inlijsten en doe hem mijn moeder cadeau.
Mijn moeder is 88, dement en dientengevolge – zo wordt beweerd – een beetje krengerig. Maar dat is niet waar. Dat was ze van tevoren ook al.
Een week later bericht broer 2 dat hij opdracht heeft gekregen de foto te vervangen, want pa heeft er zulke grote tanden op. Of ik dat erg vind.
<Zucht>
Kreng!

Een slechte tijding

Drie weken voordat ze zal sterven aan de gevolgen ervan, krijgt mijn schoonmoeder een herseninfarct. Haar buren bellen de ambulance. En daarna ons.
In het ziekenhuis zien we meteen dat het hartstikke mis is. Ze is niet meer aanspreekbaar. Mijn lief vraagt mij de familie te bellen. Haar broer en drie van haar zussen reageren zoals verwacht: Ik kom eraan. De vierde zus houdt de boot af.
“Is het echt zo ernstig? Moet ik daar nou echt op stel en sprong voor komen? Kan dat niet wachten tot morgen? Het komt nu niet zo goed uit. Ik zal er even over nadenken.”
“Natuurlijk,” zeg ik. En denk bij mezelf: Zak in de stront, vuil kolere secreet!