De wasdroger is stuk. Een monteur repareert hem en vertrekt. Een uur later is het ding weer stuk. Ik bel en vraag of de monteur morgen terug komt. Zijn agenda zit vol. Dat wordt volgende week.
“Okee,” zeg ik.
Mijn lief is woest. Ik wijs haar voorzichtig op het bestaan van een droogrek. Ik ben best bereid dat ding uit de fietsenschuur te halen en in de achterkamer op te zetten. Ik ben de beroerdste niet. En wasknijpers hebben we ook nog wel ergens.
Mijn lief explodeert. Ik zoek een goed heenkomen. Ik doe nooit de was. Ik ben enkel een eindgebruiker die de omvang van deze catastrofe niet bevat. Dat is de autist in mij, denk ik.
Dag: 22 juli 2019